Vorig jaar schreven we ook al in de Dijkkrant over de watersnood van begin februari 1825. Die ramp trof vooral Noord-Nederland. In het hele land kwamen 379 mensen om, van wie 303 in Overijssel en van hen 28 in Blankenham, een tiende van de bevolking. Ter waarschuwing van de bevolking werd in 1798 het eerste hoogwaterkanon geplaatst ter hoogte van nu Blokzijlerdijk 1. Later kwamen er twee kanonnen, in de Franse tijd naar elders verplaatst. In 1837 was er een terug en later is er weer sprake van twee. Het ene was van brons en is voor het laatst gebruikt voor vreugdeschoten bij de geboorte van prinses Beatrix in 1938. De Duitsers hebben dit kanon gevorderd; het zal zijn omgesmolten. Het huidige ijzeren kanon is in 1817 in Luik gegoten. In het dijksmagazijn stond nog een reservekanon. Dat is nog gebruikt bij de opening van de weg Steenwijk-Blokzijl in 1950, het zakte toen door zijn onderstel. Het staat nu op Schokland.
Gedicht van Klaas Verbeek uit Haaksbergen, eerder gepubliceerd in De Silehammer 3/1 van maart 1995. Hij is in 1926 in Oldemarkt geboren, zoon van smid Hendrik Verbeek (‘Hendrik van Auke’). Klaas was onderwijzer in Ossenzijl, Schoonebeek, Erm en Haaksbergen. Hij schreef een dertiental gedichten in de streektaal, onmiskenbaar in de Oldemarkter variant. Het leek ons zinvol bovenstaand gedicht aan een breed publiek te presenteren.


Dijkkrant Blankenham januari-februari 2015