pastorieMei 1888 – de Pastorie te Blankenham Deze tekst staat op de passe-partout van een bijzondere aquarel, die dankzij Karla Koelma nu hangt in de kerk van Blankenham. Het waterverfschilderijtje van 24 bij 29 cm zit veilig achter glas in een grote lijst, die ooit hing in Blankenham bij Kornelis van Veen (1851-1932) en zijn vrouw Zwaantje Kamp (1859-1940), getrouwd in 1883. Zwaantje was afkomstig uit Paasloo. Na de dood van haar man ging zij wonen bij een dochter in Kuinre. Uiteindelijk kwam de aquarel terecht bij een naar haar genoemde kleindochter, Zwaantje Versluis-Fledderus in Kuinre. Ook Zwaantje Donker-de Lange in Blankenham is een kleindochter.
Op de zacht getinte aquarel staan de bomen hoog opgesnoeid afgebeeld, om het zicht op de pastorie niet te belemmeren. In werkelijkheid stonden er van achter naar voren gezien eerst een zestal beuken en dan kastanjes. Opmerkelijk zijn de telefoonpaal en de net zichtbare telefoondraden. In november 1888 kwam pas de eerste telefoonlijn tussen Amsterdam en Rotterdam tot stand. Maar reeds op 28 april 1883 berichtte het Algemeen Handelsblad dat er “ene telephoongeleiding” zou komen tussen Blankenham en Kuinre, “ten dienste van het dijksbestuur, in het eerste district van Overijssel.”Wellicht heeft de herinnering aan de watersnood van 1825, die Blankenham zwaar had getroffen, het Dijksbestuur verleid tot de aanleg van dit snelle communicatiemiddel. Mede hierdoor heeft deze aquarel niet zozeer kunstzinnige als welcultuurhistorische waarde. Op de HVIJ-site staat bij De Silehammer 20/4 de aquarel in kleur, goed inzoombaar, echter ongeschikt gemaakt voor afdrukken om ongewenste verspreiding te voorkomen. Rechtsonder staan de initialen H.H. Vraag: wie weet wie de aquarellist is, wiens initialen dit kunnen zijn?initialen
De zorg voor het beheer van de dijken lag eeuwenlang bij de kerspelen. In 1804 werd Het Heemraadschap des Kwartiers van Vollenhove verantwoordelijk voor de kering van het buitenwater. Voor de bedijkte delen van Overijssel volgde in 1836 een indeling in negen districten. Samen met het dijksbestuur van Zwartsluis vormde het Heemraadschap Vollenhove het ‘eerste dijksdistrict’. De zorg voor lozing van het overtollige binnenwater behoorde niet tot de taak van het dijksbestuur. Het verenigd college (algemeen bestuur) zag echter in dat het binnenwater een bedreiging vormde voor de veiligheid van de streek. In 1878 wilde hetverenigd college zich nog niet uitspreken voor de wenselijkheid van een waterschap. In 1879 werd echter door Provinciale Staten het grondreglement voor de waterschappen vastgesteld. Het Waterschap Vollenhove kwam in 1889 tot stand.
kranten artikelen

Dijkkrant Blankenham november-december 2012

Twee oude foto’s geven aan waar het tolhek van Blankenham (Dijkkrant mei-juni 2012) zal hebben gestaan. Van het tolhek geen spoor, wel Café Zeezicht en de doorrit, de stalling voor de paarden.

Geen tolhuis bij Baarlo Bijna zes jaar geleden kreeg de HVIJ de vraag waar het tolhuis “tusschen Blankenham en Blokzijl” heeft gestaan. Een plaatje van Jan Voerman staat in het Verkade-album Langs de Zuiderzee van Jac. P. Thijsse (1914). Het antwoord (in De Silehammer 14/4, p. 87) luidde: Hoogst waarschijnlijk net ten zuiden van de Buurtsteeg, want daar liep de vroegere gemeentegrens. Dat antwoord was mede gebaseerd op wat Lute Bouwer schreef over Baarlo (Langs de diek, 2004, p. 14). Echter, in het Verkade-album is een fout gemaakt. Het tolhuis stond even benoorden De Moespot. Dat blijkt uit oude landkaarten. Op een prentbriefkaart uit 1915 staat duidelijk: Vollenhove – Tol naar Blokzijl. Op zijn website vermeldt Lute Bouwer dat als reactie op zijn boek er zelfs suggesties kwamen om “het tolhuis van Baarlo” te herbouwen aan het nieuwe randmeer tussen NOP en de Kop van Overijssel. Nu, dat randmeer komt er niet en herbouw bij Baarlo zou een historische blunder zijn!

Dijkkrant Blankenham september-oktober 2012

Zijn theorie over het oudste IJsselham, als Silehem reeds in 1132 vermeld, heeft prof. Hans Mol uitgewerkt in een publicatie van mei 2012 – een samenvatting ervan staat in De Silehammer 20/2. In 944 verkreeg Balderik, bisschop van Utrecht, van de Duitse koning en later keizer het ontgin-ningsrecht van wildernis aansluitend bij zijn Vollenhoofs domein. Toen de bisschop een eeuw later ook grafelijke rechten verkreeg in onze contreien, begon de systematische openlegging van grote veengebieden, destijds hoogveen. De oude kustlijn lag verder westwaarts. De benedenloop van Kuinder (Tjonger) en Linde slingerde links en rechts van de latere kustlijn die nu nog te herkennen is. Vanaf de rivier is het veen ontgonnen. Juist op die smalle strook tussen kust en rivier zal Silehem al vóór 1100 zijn gesticht. Dus niet op de plek van het latere Blankenham, maar wel dichtbij in wat nu NOP is. Oude veldnamen als Kerkenland en Moniken lant wijzen erop dat de kerk van Silehem nog lang beschikte over land in haar dochterparochie Blankenham uit 1418. Met het voortschrijden van de ontginning schoof de kerk van IJsselham een paar keer op haar kerkkavel op naar het oosten, haar veenboeren achterna. Dat waren toen nog horigen. De latere kolonisten van Kalenberg en Scheerwolde waren niet meer horig, doch vrij; vandaar de naam Vrije Strate.

Dijkkrant Blankenham juli-augustus 2012

Bij de grens van de gemeenten Oldemarkt en Steenwijkerwold stond een fraai tolhuisje – en dus een tolhek, vandaar de naam van het nabijgelegen zwembad. De tol was ingesteld in 1847, opgeheven begin jaren dertig. Het tolhek van Blankenham stond niet aan een grens, bijv. de grens met Baarlo, maar in Kerkbuurt. Een annonce in de Prov. Overijsselsche en Zwolsche Courant van 26 februari 1858 luidt: Notaris Höfelt zal “ten verzoeke van het Edel. Achtb. Bestuur der gemeente Blankenham op Dingsdag 9 Maart e.k., aan het Tolhek te Blankenham, publiek verkoopen: Een wel betimmerd en goed onderhouden Huis met Schuur en Stalling, met goed succes gebezigd tot Herberg en Uitspanning, zijnde de eenige in Blankenham, staande aan den dijk in de onmiddellijke nabijheid der kerk aldaar, en geschikt tot uitoefening van alle nering en bedrijf. Staande op ƒ 3300.”
In de Leeuwarder courant van 20 en 27 mei 1881 de aankondiging van verhuring van drie Boerenerven namens de Herv. Diaconie op “Woensdag 1 Junij 1881, ten huize van den kastelein A. Poepjes, aan het Tolhek te Blankenham.” Bedoeld is Albert Poepjes, geboren te Echten 1842 en getrouwd in Wolvega 1870 met Folkertje van der Weg uit Oosterzee.
Over het Tolhek is verder niets te vinden, niet vermeld in het kadaster van 1832. De naam staat wel op kaarten uit 1853/1854 en 1904. Dan zal de locatie zijn geweest nabij Café Zeezicht. Een uitspanning is in de meest letterlijke zin een herberg of café met stalhouderij, zoals ook Witte Paarden op Steenwijkerwold. Blijkens oude foto’s stond er vroeger aan de dijk tegenover Café Zeezicht een schuur, een doorreed. Elders vaak doorrit genoemd en thans een nog veel voorkomende naam van hotels en restaurants. Zou er nog iets bewaard zijn gebleven – foto, tekening – van het Tolhek te Blankenham? Graag reactie!

Dijkkrant Blankenham mei-juni 2012

Een aantal jaren vond de HVIJ onderdak op een bovenverdieping in het Dienstencentrum te Oldemarkt, Het Dienstencentrum wordt gerenoveerd, de HVIJ moest eruit. Na een jaarlang wikken en wegen en over-leggen zit de HVIJ nu op een zeer fraaie en tevens gemakkelijk toegankelijke ‘zichtlocatie’: hoek Hoofd-straat 23a / Klaas Muisstraat te Oldemarkt, voorheen een bankfiliaal en daarvoor een supermarkt. De naam Historisch Centrum IJsselham voor de nieuwe locatie is niet voor niets gekozen. Het HVIJ-centrum biedt meer expositieruimte en de mogelijkheid groepen – scholieren, ouderen – te ont-vangen en presentaties te houden. Al jarenlang doen velen een beroep op het grote fotoarchief. Nu is het HVIJ-centrum alleen geopend op de inloopavond maandags 19.00-21.00 uur en op verzoek. Er komen stellig ook ruimere openingstijden, speciaal in het toeristenseizoen. Heel veel vragen, ook op genealogisch gebied, bereiken ons via e-mail of de vernieuwde website. Vaak lukt het binnen één of twee dagen een antwoord te geven. Nieuw is de samenwerking die de HVIJ is aangegaan met Museumboerderij Paasloo, gevestigd aan de Paasloër Allee 2. Beheerder Bettie van der Vegt is inmiddels toegetreden tot het HVIJ-bestuur. In De Silehammer verschenen reeds twee artikelen over Silehem: eerste vermelding 29 mei 1132 en mogelijke naamsbetekenis. In nummer 20/2 van juni 2012 gaat het over de veronderstelde locatie, op de plek van het latere Blankenham. Dat alles rustig nalezen? Voor € 15,- per jaar bent u al lid van de HVIJ.

Dijkkrant Blankenham maart-april 2012

ln HVIJ-kwartaalblad De Silehammer 18/4 stond in december 2010 een artikel over de negentiende-eeuwse lJsclub te Oldemarkt, die in de nazomer harddraverijen voor paarden organiseerde. Dat was toentertijd kennelijk de voornaamste activititeit van lJsclubs! Een paar berichten uit het archief van de Leeuwarder Courant over Kuinre en Blankenham. Maandag 28 september 1874 houdt de lJsclub "Kuinre en Blankenham" een HARDDRAVERIJ te Kuinre. PRIJS ƒ 60,- of een Voorwerp van Zilver ter keuze, en voor het laatst mededravend Paard een CADEAU ad ƒ 5,-. Aangifte en keuring 's morgens bij Kastelein R. Pereboom. Draverij 's middags 2 uur. Maandag 27 september 1875: prijs ƒ 80,- en cadeau ƒ 20.- . Aangifte dan bij Kastelein J. van Ens. ln de Leeuwarder Courant is pas weer sprake van lJsclub Kuinre – dus zonder Blankenham – in januari en februari 1917; dan gaat het werkelijk om hardrijderijen op de schaats. In Blankenham organiseert lJsclub "Jongelingsvereeniging" op maandag 27 januari 1879 een Hardrijderij door Mans- en Vrouwspersonen, des namiddags te 2 uur. (IJs en Weder dienende). PRIJS ƒ 75,-, PREMIE ƒ 25,-. Aangifte 's morgens bij R. Aaten. En op dinsdag 5 januari 1883 houdt de lJsclub Blankenham een Harddraverij door Paarden onder den man. PRIJS ƒ 100,- CADEAU ƒ 10,-. Ook nu aangifte bij R. Aaten. Cip van de Bult uit Kuinre noemt in zijn Dagboek bij 19 januari 1888 een Hardrijderij vanwege de lJsclub "Hulp der Behoeftigen"; en op 24 januari een vergadering van die lJsclub bij T. v.d. Lende te Slijkenburg (dit Dagboek verscheen verkort in afleveringen in De Silehammer). Bestond er dan een RK-lJsclub in Kuinre? Cip van de Bult was rooms-katholiek, de naam van de lJsclub doet erg "rooms" aan, doet denken aan het opschrift van het RK-ziekenhuis in Groningen: "Onze Lieve Vrouw, Behoudenis der Kranken". En de lJsclub "Jongelingsvereeniging" te Blankenham veronderstelt een protestants-christelijke tegenhanger. Andere tijden, andere zeden.

Dijkkrant Blankenham januari-februari 2012