In De Silehammer 26/3 staan vermeld militairen in Franse dienst ten tijde van Napoleon; onder hen Hendrik Anthonie de Haan, geboren te Kuinre 03.02.1793, gedoopt aldaar 10.02.1793.
Geen nadere gegevens, wellicht is hij vermist na de Veldtocht naar Rusland in 1812.
Hendrik Anthonie was ingedeeld bij het 70e Regiment Infanterie van Linie; stamboeknr. 13560. Zijn ouders zijn de Kuinder gemeentebode Jan de Haan (1761-1832) en Anna Maria Rijke (1762- 1838) uit Oldemarkt, ondertrouwd te Kuinre 10.04.1789, waarschijnlijk getrouwd te Steenwijk omdat Anna Maria daar toen woonde. Andere kinderen:
- Ida (IJda) de Haan (1791-1853), getrouwd met schoenmaker Jacob Peters Rood;
- Isabella (IJzabella) de Haan (1798-1876), getrouwd met schippersknecht Gerrit Kornelis Kok.

Interessant zijn Hendriks grootouders van vaderszijde:
predikant Jo(h)annes de Haan en Ida Verhoeve, beiden afkomstig uit Amsterdam.
Joannes (toen zo gespeld) de Haan kwam als kandidaat naar Kuinre op 25 oktober 1750 en bleef er tot zijn emeritaat op 6 mei 1781.
Joannes en Ida zijn in ondertrouw gegaan te Amsterdam op vrijdag 9 oktober 1750, hij 30 jaar, zij 27 [29] jaar, in aanwezigheid van zijn vader Andries de Haan en met consent van haar afwezige moeder Johanna Hakeling.
De naam De Haan komt veel voor. Wellicht komt in aanmerking de doop van Johannes de Haan op 26 juni 1720 in de Noorderkerk te Amsterdam. De ouders zijn houtzaagmolenaar Andries de Haan en diens tweede vrouw Maria Schellinger.
De naam Hakeling komt thans sporadisch voor in ZO-Groningen en het aangrenzende Emsland.

Het Trouwboek van Kuinre vermeldt hun ondertrouw in 1750; de originele spelling is gevolgd.

Den 3 oktober 1750 De Heer Johannes de haan van amsterdam beroepen predekant alhier, en Juffrouw Ida Verhoeve van Amsterdam Getrouwd den 29 Ocktober 1750 Van de kinderen, vermeld met doopdatum, zijn drie zeer jong gestorven (Johanna1, Pieter1, Piter2)
- Johanna1 ---.03.1752
- Andres 09.12.1753
- Pieter1 23.11.1755
- Johanna2 14.08.1757
- Jan 11.10. 1761; de latere gemeentebode, vader van militair Henrik Anthonie
- Piter2 08.01.1764
- Piter3 20.01.1765

Weduwnaar Johannes de Haan zou te Oldemarkt hertrouwen met weduwe Trijntje van Laar. De naam Van Laar kwam vrij veel voor in Oldemarkt, in doopboeken al vanaf 1697, met viermaal een Trijntjen/Trientjen. Het zal hier gaan om Trijntjen van Laar, gedoopt 25 december 1729, dochter van Hendrik(us) Willems van Laar, in 1742 volmacht van het kerspel Oldemarkt; zijn vader Willem van Laar was chirurgijn. Een zus van Trijntjen, Grietjen van Laar, gedoopt 22 januari 1741, trouwde in 1771 met Cornelis Smit, schoolmeester in Paasloo. De Van Laars behoorden kennelijk tot de notabelen van Oldemarkt.

Trijntjen van Laar is ondertrouwd 1 september 1757 in Oldemarkt, ondertrouwd 4 september in Wapserveen en getrouwd 18 september 1757 in Oldemarkt met Dom. Meinardus Tobias Dotingh proponent te Wapserveen. Een proponent is een theoloog die na een kerkelijk examen beroepbaar is verklaard. Meinard stamt vermoedelijk uit het notabele geslacht Dotingh, stadsbestuurders van Leeuwarden. Kuunders Kwartiertje december 2018 –4 Redactie De Silehammer. Hij is op 23 november 1752 vanuit Franeker uitgeschreven naar Schoterland en daar uitgeschreven op 8 november 1757 – waarheen is onbekend. Kennelijk heeft Meinard Dotingh gestudeerd aan de Universiteit van Franeker (1585-1811/43) oftewel de Academie van Friesland.

Johannes de Haan en Trijntje van Laar zijn in ondertrouw gegaan te Kuinre 3 september 1780:
Johannes De Haan Bedienaar des Goddelijken Woord en weduwnaar alhier met Mejuffrouw Trijnte van Laar weduwe aan de Oldemarkt
En ondertrouw te Oldemarkt 10 september 1780: Den WelEerw. Heer Johannes de Haan, weduwnaar van wijlen Mejuffrouw Ida Verhoeve, Bedienaar des H. Evangeliums in de Heerlijkheid Cuinre
Juffrouw Trijntjen van Laar, weduwe van wijlen den Eerw. Heer M.T. Dotingh in leven S.S.M. candidatus, wonende aan de Oudemarkt.
De Latijnse afkorting S.S.M. Candidatus betekent: Sacrae Scripturae Ministerii Candidatus, dat wil zeggen: Kandidaat voor de Bediening van de Heilige Schrift, dus kandidaat predikant.

In het Trouwboek van Kuinre staat bij de ondertrouw in een noot onder de tekst: NB: Verrigt in de tegenwoordigheijd van den Heer Scholtus en keurnoten;
En in een noot rechts van de tekst:
NB: Wegens de tussenkomende dood van de Bruijd op den 15 dezer maand, heeft de huwelijksbevestiging geen plaatze kunne hebben.

In het Trouwboek van Oldemarkt staat in een noot onder de tekst:
NB: Dit Huwelijk is niet voltrokken wegens het subiet overlijden van de bruid staande de proclamatien.

Een tragische afloop dus, al doet de formulering van de extra notities onbedoeld komisch aan.

In het boek van Roelof Kamman, Geschiedenis van Kuinre en Omgeving, staat op blz. 91:
Johannes de Haan, beroepen 1750, emeritus verklaard 1781, gestorven 1781.
Echter, in de handgeschreven lijsten met overleden personen komt zijn naam niet voor, niet in 1781, evenmin in de navolgende jaren. Zijn naam ontbreekt bij de Volkstelling van 1795.
Mocht De Haan elders zijn overleden, dan is een zoektocht onbegonnen werk. De gegevens op de genealogische site www.pondes.nl zijn in dit geval onbetrouwbaar, louter een gok. Wie weet meer?

Uitsnede uit het Trouwboek van Kuinre. Ondertrouw 3 september 1780 Johannes de Haan en Trijnte van Laar.

Kuunders Kwartiertje december 2018

Eerder geplaatst in HVIJ-kwartaalblad De Silehammer 23/3 (september 2015). In het originele artikel worden ook oorlogsslachtoffers vermeld die in Oldemarkt gewoond hebben, we beperken ons hier tot Kuinre. In ’t Kuunders Kwartiertje van juni zijn we geëindigd met Boude-wijn Dirk Leenheer. We gaan verder met Bouwe van Ens.

Kuinders kwartiertjeIn november 1953 is in Heerenveen ook naar Bouwe van Ens (1893-1945) een straat genoemd. Zoals in ’t vorige Kuunders Kwartiertje vermeld staat ook de naam B. van Ens op het oorlogsmonument uit 1949 aan de Van Maasdijkstraat in Heerenveen.

Twee oorlogsslachtoffers komen uit Kuinre, een bracht er zijn jeugd door en een is er geboren – reden te over ooit straten naar hen te noemen!

Bouwe van Ens
Kuinders kwartiertjeGeboren 23.03.1893 te Slijkenburg, overleden 12 april 1945 te Spitsendijk. Beroep: Veehouder. Lid van het verzet.
N.H. Begraafplaats te Nieuwehorne Vak/rij/nummer 3/15. Afbeelding grafsteen.
Bouwe van Ens is niet geboren te Slijkenburg, maar te Kuinre, als zoon van tolgaarder Meine van Ens en Wobbegje Pijlman die van juni 1892 tot mei 1895 in Kuinre woonden. In Slijkenburg, gelegen in Friesland op de grens met Overijssel, was een douanehuis en een tolhek.
Bouwe trouwde in 1920 te Blankenham met Aaltje van Veen, zij kregen zes kinderen. Bouwe werd veehouder en melkrijder in Nieuwehorne, tus-sen Heerenveen en Jubbega. In de oorlog zat Bouwe in het verzet bij de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers van Nijehorne e.o.; de LO had een confessionele achtergrond, Bouwe was Nederlands-hervormd en nam zijn geloof zeer serieus. In november 1944 was hij betrokken bij enige wapendroppings in het Katlijker Schar. De wapens werden eerst dichtbij opgeslagen en de volgende nacht gingen ze onder anderen naar Van Ens, waarna verdere verspreiding volgde. De namen van veel betrokkenen bij de wapendroppings werden bij de Duitsers bekend, ook die van Bouwe. Zelfs toen een Duitse wagen voor zijn boerderij stopte en weer wegreed, dook Bouwe niet onder. “Ik gean foar de poep gjin stap oan’e kant!” (Ik ga voor de mof geen stap aan de kant).
Na zijn arrestatie op 23 januari 1945 kwam Bouwe in de gevangenis achter het SD-bolwerk Crackstate in Heerenveen. Ondanks zware mishandelingen tijdens “verschärpte Vernehmung” (verscherpt verhoor) noemde hij geen namen.
Verzetsman Halbe van der Goot uit Oudemirdum werd in februari opgesloten in een cel naast Bouwe van Ens; in de tussenmuur zat een vierkant gat van 15 à 20 cm. Direct na de bevrijding legde Van der Goot een verklaring af over de mishandeling die Bouwe had moeten ondergaan: geschopt en geslagen door tenminste vijf personen. Zijn hoofd raakte opgezwollen, naar eigen zeggen had hij twee kapotte ribben, hij kon haast niet liggen en ook niet staan.
Veel details zijn bekend geworden in februari 1950 tijdens de zittingen van de Bijzondere Strafkamer te Leeuwarden, met uitvoerige verslagen in de Heerenveense koerier (HK) en het Nieuwsblad van Friesland (NvF). Overlevenden van de Crackstate vertelden dat zij de vingers in hun oren stopten vanwege het gekerm der gemartelden (NvF 01.02.1950) en dat sommige gevangenen uit angst zelfmoord hadden gepleegd (HK 01.02.1950).
Op de avond van 12 april 1945, twee dagen vóór de bevrijding van Heerenveen door de Canadezen, werden Bouwe van Ens en Sybren Sijtsma uit Hemelum uit hun cel gehaald en op de Spitzendijk bij Luinjeberd gefusilleerd; om 22.00 uur, staat in de overlijdensakte van 16 april. De Spitzendijk loopt westelijk van Luinjeberd naar de Rijksstraatweg bij Haskerdijken. In de vroege morgen van 13 april vonden Canadezen zijn stoffelijk overschot in een slootwal. Daardoor dacht men aanvankelijk aan 13 april als sterfdatum. Van Ens en Sytsma zouden zijn doodgeschoten als represaille voor de dood van acht Duitsers. Twee tegen acht, daar geloofde de officier van justitie bij het proces in 1950 echt niet in, omdat het ’s nachts was gebeurd en dus niet ter afschrikking van omstanders. Neen, twee mogelijke getuigen van de begane wreedheden moesten uit de weg worden geruimd (uitvoerig HK 08.02.1950).
Kuinders kwartiertjeOp verzoek van de Canadezen zijn beide lichamen door een arts onderzocht. Bouwe had acht schotwonden, er was een vers litteken bij de slaap en enkele ribben vertoonden niet geheelde breuken. Het gebit was gedeeltelijk defect (HK 01.02.1950 bij het verhoor van de directeur van de Crackstate).
Op dinsdag 17 april 1945 is Bouwe van Ens begraven vanuit café Schreur in Nieuwehorne. Bij de uitvaart, geleid door ds. Pijnacker Hordijk, waren veel sprekers. “Meester Leenheer van Jubbega sprak als vriend en medegetroffene woorden van herinnering en opbeuring. Noemde Van Ens een voorbeeld van trouw beginsel en moed” (HK 18.04.1950 uitvoerig). Hiervoor is beschreven dat Leen-heer schoolhoofd is geweest in Kuinre. Zijn daar geboren zoon Boudewijn Dirk was op 4 augustus 1944 omgekomen in Kamp Vught. Zoals vermeld, staan beider namen, van Bouwe en van Boudewijn Dirk, op het oorlogsmonument in Heerenveen.

Na het verschijnen van het eerste artikel oorlogsslachtoffers in De Silehammer kregen we reactie van Albert en Alberdina, kinderen van Bouwe en Aaltje.
Albert attendeerde ons op de herinneringen van zus Alberdina aan de tijd rond vaders arrestatie en overlijden en aan de moeizame levensomstandigheden van het gezin nadien, eerst in Nieuwehorne, daarna in de oude buurtschap Brongergea van Oranjewoud.
De Stichting Brongergea Op De Kaert publiceerde in 2012 het boek ’t Gea fan Bronger. Het boek is uitverkocht, maar op de website www.brongergea.info/ is de inhoud nog terug te vinden. Zo ook een gesprek met Alberdina de Jong-van Ens op p. 134v. Wij hebben die tekst bewerkt, bekort en waar zinvol aangevuld met recente informatie van Alberdina en eigen informatie.
Alle zes kinderen van de familie Van Ens op een rijtje:
Wobbigje (*1921), Trijntje (*1922), Meine (*1928), Alberdina (*1931 te Spanga), Frederik (“Frits”, *1934 te Bovenknijpe) en Albert (*1942 te Nieuwehorne).

Weduwe Aaltje van Ens kwam op 16 juli 1945 met haar kinderen Meine, Alberdina, Frits en Albert wonen in een deel van voormalig logement De Kom aan de Van Limburg Stirumweg 4 in Brongergea. De oudste dochters waren de deur al uit, jongste zoon Albert was toen drie jaar.
Haar man Bouwe van Ens was op 23 januari, terwijl zij in het ziekenhuis lag, door de Duitsers gearresteerd en van 12 op 13 april van dat jaar gefusilleerd.
Bouwe was boer in Nieuwehorne en zat tot over zijn oren in het verzet. Er zaten bijna altijd onderduikers op de boerderij. Het was bekend dat hij ook deelnam aan wapendroppings en andere illegale activiteiten. Alberdina, die in Heerenveen naar de mulo ging, werd regelmatig ingezet voor koerierswerkzaamheden. Zij moest dan spullen meenemen vanuit Heerenveen naar Nieuwehorne. Men rekende er op dat een meisje van nog geen veertien niet gecontroleerd zou worden. Eens, toen zij op weg naar huis gewaarschuwd werd dat er een razzia op handen was en dit thuis aan haar vader vertelde, smeet die direct alle meegenomen spullen in de kachel. Ze was daar zo ontstemd over, dat ze zich voornam nooit meer iets mee te nemen, maar de omstandigheden zorgden ervoor dat dit voornemen slechts van korte duur was. Toen Alberdina op straat eens door een Duitser gevraagd werd waar de familie Van Ens woonde, vertelde ze dat ze toen voor de eerste keer bewust gelogen heeft door te zeggen dat ze dat niet wist. Hoewel er geen bewijs voor is gevonden, is Alberdina er voor 99% van overtuigd dat haar vader is verraden. Toen haar vader gearresteerd werd, lag haar moeder in het ziekenhuis, waardoor de hele huishouding op z’n rug lag. Broer Meine, nog geen zeventien, runde tijdelijk de boerderij. Er zal waarschijnlijk wel hulp geboden zijn, maar daar heeft Alberdina geen herinneringen aan. Omdat Meine geen boer wilde worden, was het in eerste instantie de bedoeling dat er met behulp van een arbeider verder ‘geboerd’ zou worden in Nieuwehorne.
Maar om redenen, die Alberdina niet bekend zijn, moesten ze in juli verhuizen. Meine kon als tuinman aan het werk bij jonkheer M. De Blocq van Scheltinga, sinds 1942 eigenaar van Landgoed Oranjewoud. De familie Van Ens kon woonruimte krijgen in logement De Kom. Ze kregen de beschikking over de voormalige gelagkamer met een verwijderbare tussenwand en drie slaapkamers op de bovenverdieping. Voor hun sanitaire behoeften moesten ze gebruik maken van het ‘hûske’ dat ergens op het erf stond. Omdat buurman Tsjalling de Vries wel over een inpandig toilet beschikte, mochten ze alleen ’s nachts hiervan gebruik maken. Toen Meine, die ook geen tuinman was, als monteur aan het werk ging bij vervoersmaatschappij NTM moesten ze weer verhuizen, nu naar de Oude Molenweg 16 in Heerenveen.
Als jeugdzonde uit de tijd op De Kom herinnert Alberdina zich dat zij en haar vriendin Annie de Vries hun namen in een boom hebben gesneden.

Achter de grafstenen van Bouwe van Ens en zijn vrouw Aaltje van Veen te Nieuwehorne staat een gedenkzuil van de Vereniging Friesland 1940–1945 met “vlam” en daarop de Nederlandse leeuw.
Tekst op de zuil:
Fallen yn ’e striid tsjin ûnrjocht en slavernij – dat wy yn frede foar rjocht en frijdom weitsje.
Gevallen in de strijd tegen onrecht en slavernij – opdat wij in vrede voor recht en vrijheid waken.

Foto: Linda Polderman, 2015.

Bronnen: veel sites op internet.
Krantenberichten: www.delpher.nl
met als belangrijkste zoektermen:
- Bouwe van Ens
- Bijzondere Strafkamer Leeuwarden
(eerst helft februari 1950 met gedetailleerde verslagen in vooral Heerenveense koerier en Nieuwsblad van Friesland)

Kuunders Kwartiertje september 2018

Eerder geplaatst in HVIJ-kwartaalblad De Silehammer 23/3 (september 2015).
In het originele artikel worden ook oorlogsslachtoffers vermeld die in Oldemarkt gewoond hebben, we beperken ons hier tot Kuinre

In De Silehammer 23/1 (maart 2015) stond een opsomming van Joden, geboren in Kuinre en in Oldemarkt, die in de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen. De link met hun geboorteplaats moge dan niet zo groot zijn, zij hebben wel onder ons gewoond (onder ons “getent”, naar de letterlijke vertaling van het Evangelie van Johannes 1:14). Op de website van de Oorlogsgravenstichting worden echter veel meer namen van oorlogs-slachtoffers vermeld die een link hebben met onze regio – voor de redactie en denkelijk voor veel van onze lezers een onthutsende gewaarwording. Vandaar op deze plaats een eerste inven-tarisatie, om aan al die oorlogsslachtoffers recht te doen, hen een naam te geven. Daarbij is vermeld aan wie al eens in De Silehammer aandacht is geschonken, met nu een samenvatting. In deze Silehammer aandacht voor de oorlogsslachtoffers uit de gemeenten Kuinre en Blankenham. Bij een paar namen staat een uitgebreid Uitgelicht.

Wie zijn oorlogsslachtoffers?
Vrijwel elk jaar is er discussie over wie wij in Nederland op 4 mei gedenken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwamen naast militairen voor het eerst ook grote aantallen burgers om. Velen zijn omgekomen omdat zij in verzet kwamen of stierven door oorlogsgeweld of uitputting, zowel in Europa als in Zuidoost-Azië. Maar bovenal kwamen talloze om het leven door doelbewuste en systematische vervolging en moord. Onder hen Joden, Sinti en Roma en andere groepen die door de nazi’s als minderwaardig werden beschouwd. Sinds 1961 herdenken we op 4 mei ook de Nederlandse slachtoffers van de oorlogssituaties en vredesoperaties die na de Tweede Wereldoorlog hebben plaatsgevonden. In een officieel Memorandum, bewust heel algemeen geformuleerd, is vastgelegd wie wij op 4 mei herdenken.

Tijdens de Nationale Herdenking herdenken wij de Nederlandse oorlogsslachtoffers. Allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, en daarna in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.

De gegevens van de site www.oorlogsgravenstichting.nl zijn waar mogelijk aangevuld met verwijzing naar eerdere publicaties in De Silehammer en soms ook met enige extra informatie, kort of iets uitgebreider in een Uitgelicht. Korte vermeldingen staan in de 42 gedenkboeken van de Oorlogsgravenstichting. Zo betreft Gedenkboek 36 de kampen Amersfoort, Vught en Westerbork.

Van de acht Joodse slachtoffers vermeld in ’t Kuunders Kwartiertje maart 2018, ontbreekt op www.oorlogsgravenstichting.nl Esther van den Berg-ter Horst (Kuinre 1862 - Amsterdam 1941). Niet beschouwd als oorlogsslachtoffer, omdat zij al vroeg in de oorlog in rusthuis “Loeza” is overleden. De naam van Ilisabeth de Horst (Kuinre 1873 - Sobibor 1943) is op die site foutief vermeld als Elisabeth.
Van de vijf geallieerde vliegtuigbemanningsleden die in Kuinre zijn begraven, wordt alléén genoemd: Brown c.s. (5 M.R.); bedoeld zal zijn E.J. Brown (?).
In De Silehammer 13/1 (maart 2015) 28v. staan de vijf graven met opschriften.

Dirk van den Bosch
Geboren 03.03.1920 te Kuinre, overleden 16.11.1943 te Oldenburg (Duitsland). Beroep: Bakker. Nederlands ereveld te Osnabrück-Westerberg. Nr. A 39. Geen graffoto. De Silehammer 18/1, 8v.: Bakkerszoon, ondergedoken in de Noordoostpolder, opgepakt en tewerkgesteld in Rastede. Overleden aan de gevolgen van difterie. Zijn ouders konden bij de begrafenis aanwezig zijn. Na de oorlog is Dirk niet in Nederland herbegraven, daar zagen zijn ouders te zeer tegen op.
Teunis Koopmans
Geboren 13.01.1909 te Sint Nicolaasga, overleden 22.02.1945 te Kuinre. Lid van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS; vaak kortweg BS). Algemene Begraafplaats Kuinre. Vak/rij/nummer 26 71. De Silehammer 13/1, 29v.: Busondernemer, maar omdat de bussen niet meer reden, hielp hij zijn vader in de bakkerszaak. Hij zat in de ondergrondse. Drie SS’ers wilden hem oppakken. Teunis dook het water van de Linde in en werd beschoten. Hij is nog naar huis gebracht, stierf korte tijd later.
Boudewijn Dirk Leenheer
Geboren 30.09.1920 te Kuinre, overleden 04.08.1944 te Vught. Beroep: Klerk. Lid van het verzet. Gecremeerd. Gedenkboek 36. Extra informatie mede dankzij krantenknipsels en onderstaande bronnen: - www.nmkampvught.nl/biografieen/leenheer-boudewijn-d/ - Koostra, J., en K. Jansma, Represailles in Friesland. Grouw 2013.

Vader Cornelis Aalbert Leenheer was van 1910 tot 1930 schoolhoofd in Kuinre. Diens vrouw Sijtske Durksma werd in 1917 onderwijzeres in Slijkenburg.
Boudewijn Dirk is genoemd naar beide grootvaders: tuinman Boudewijn Leenheer en wagenmaker Dirk Durkstra. Een jongere broer kreeg dezelfde voornamen, in andere volgorde! In 1930 werd vader benoemd tot hoofd van de openbare school in Jubbega (Derde Sluis).
Zijn jonge jaren heeft Boudewijn in Kuinre doorgebracht. Hij zal als late leerling – scholen begonnen toen in april – vanaf omstreeks 1927 tot in 1930 in Kuinre naar school zijn gegaan, wellicht staat hij op een schoolfoto.
Kuinders kwartiertjeAls klerk van het bevolkingsregister werkte Boudewijn onder meer in Zutphen en Amsterdam. In Amsterdam sloot Boudewijn zich aan bij het verzet. Hij werd gepakt. Zijn ouders wisten niets van het verzetswerk van hun zoon en na diverse zoekacties hoorden ze dat Boudewijn in Kamp Vught zat.
Op 28 augustus 1944 kregen de ouders een pak kleding van hun zoon toegestuurd met daarbij de mededeling dat Boudewijn op 4 augustus 1944 in Kamp Vught was gefusilleerd, samen met vijf collega’s van het bevolkingsregister.

Boudewijns oom Willem Bastiaan Leenheer (1878-1945) zat ook in het verzet. Hij overleed op 21 maart 1945 te Kassel (Dld.) en is herbegraven op het Nationaal Ereveld te Loenen. In Jubbega, gemeente Heerenveen, is een straat naar Boudewijn genoemd: Boudewijn Leenheerstraat. Het besluit hiertoe is genomen op 19 augustus 1957. Zijn vader, overleden in 1959, heeft dit nog mogen meemaken. De naam B.D. Leenheer staat vermeld (linkerrij) op het oorlogsmonument uit 1949 aan de Van Maasdijkstraat in Heerenveen. Voor degene die eens in de buurt komt, deze straat loopt langs de achterkant van ziekenhuis De Tjongerschans. Bij de spoedeisende hulp aan de linkerzijde staat dit monument.
Kuinders kwartiertje Kuinders kwartiertje
Ook de naam B. van Ens eveneens op de linkerrij. Over hem meer in het volgende Kuunders Kwartiertje.

Kuunders Kwartiertje juni 2018

Eerder geplaatst in HVIJ-kwartaalblad De Silehammer 23/1 (maart 2015).
In het originele artikel worden ook de Joden vermeld die in Oldemarkt gewoond hebben, we beperken ons hier tot de Joden in Kuinre.

De eerste officiële vermelding van Joden te Kuinre dateert uit 1774, toen Moses Levy vergunning kreeg zich er te vestigen met zijn vrouw Hester Heijmans en vier kinderen. Hij kwam uit Lichtenvoorde (Achterhoek). In 1795 vestigden zich nog twee Joodse gezinnen in Kuinre. Kleermaker Marcus Heyman met zijn vrouw Alexandra Spiers en dagloner Jesaja Mozes met zijn vrouw Vogeltje Gabriëls en hun zoon Mozes Jesaja. Met het gezin van Mozes Levy erbij – met onderhand zes kinderen – was er een kleine Joodse gemeenschap ontstaan. Bij de naamsaanneming van 1811 was Mozes Levy reeds overleden, zijn zoon Isaäc Mozes nam de familienaam De Horst aan. Mozes Jesajas, zoon van Jesaja Mozes koos voor De Vries; hij was te Lemmer geboren. Jacob Gerson, in 1800 nieuwkomer met vijf zoons, nam de naam Blok aan. De Joden van Kuinre vielen onder de synagoge van Blokzijl. Zij gingen liever naar de huissjoel te Oldemarkt, twee uur gaans, toch een half uurtje dichterbij. In 1830 en 1860 woonden er ca. twintig Joden in Kuinre, in 1877 twaalf, daarna verdwenen zij naar elders. In 1913 woonde er geen Jood meer in Kuinre.

Van de Joden uit Kuinre en Oldemarkt hebben de meesten van hun nakomelingen de Holocaust niet overleefd. We staan stil bij de laatsten die nog te Kuinre zijn geboren.

Geboren te Kuinre: בקוינרה נולדה
[Hebreeuws, van rechts naar links, vrouwelijk enkelvoud: Noleda beKuinre]

  1. Rebekka Barents-Stern
    Kuinre, 19 oktober 1871 - Sobibor, 23 april 1943 (71 jaar). Rebekka Stern was de moeder van David Barents, bij wie zij inwoonde in zijn huis te Bussum, Rhijnvisfeithlaan 11. Haar zoon David (48), schoondochter Flora (47) en hun drie kinderen Elisabet (18), Eva (15) en Salomon (14) stierven in Auschwitz op 10 september 1943. In het voorjaar van 1942 werden enkele Joodse gezinnen gedwongen hun huizen in Bussum te verlaten. Ze zijn met bussen naar Amsterdam vervoerd. Daar kregen zij leeggehaalde huizen in de Transvaalbuurt toebedeeld. De familie Barents wilde niet onderduiken. Zij vreesden bij arrestatie als ‘strafgeval’ behandeld te worden.
  2. Esther van den Berg-ter Horst
    Kuinre, 20 januari 1862 - Amsterdam, 27 maart 1941 (79 jaar). Laatst bekende adres: Rusthuis ‘Loeza’, Den Texstraat 1 huis, Amsterdam. Dochter van Israel ter Horst (1823-1908), kleindochter van Isaak Mozes van der Horst (1780-1851). Zij trouwde in 1895 te Blokzijl met Nathan van den Berg, die in 1929 overleed. Esther is begraven te Diemen.
  3. Alexandrina van Gelderen-de Vries
    Kuinre, 25 december 1888 - Den Haag, 14 mei 1940 (51 jaar). Adres: Frankenslag 344, Scheveningen Alexandrina was naaister. Zij trouwde in 1915 te Amsterdam met de econoom en politicus Jacob van Gelderen. Het gezin vertrok in 1919 naar Batavia, waar Jacob het Centraal Kantoor voor de Statistiek opzette. Terug in Nederland (1933) was Jacob o.a. hoogleraar en lid van de Tweede Kamer voor de SDAP. Hij schreef in 1939 het boek De totalitaire staten contra de wereldhuishouding. Kort na de Duitse inval verklaarde hij aan een collega: “Het is uit”. Jacob van Gelderen pleegde samen met zijn vrouw en twee kinderen zelfmoord.
  4. Betje Goldsteen-de Vries
    Kuinre, 27 januari 1856 - Auschwitz, 19 februari 1943 (87 jaar). Betje was een dochter van Jesajas Mozes de Vries en Alexandrina Jacobs. Zij trouwde in 1890 in Haarlem met Salomon Goldsteen, afkomstig Meppel. Hun laatst bekende adres te Haarlem: Kamperstraat 3 rood. Navrant detail: hun inboedel is geïnventariseerd op 7 september 1942 en de complete inboedellijst is in te zien via www.joodsmonument.nl Betje stierf te Auschwitz op dezelfde dag als haar man (80). Dochter Naatje (51) stierf daar een week eerder, zoon Nathan (50) een week later.
  5. Ilisabeth de Horst
    [oorlogsgravenstichting: Elisabeth] Kuinre, 15 juli 1873 - Sobibor, 2 april 1943 (69 jaar). Laatst bekende adres: Mauvestraat 50 I Amsterdam. Zij was een dochter van koopman Heijman de Horst en Aaltje Leeuw. Haar oudere zus Mietje Zij was een dochter van koopman Heijman de Horst en Aaltje Leeuw. Haar oudere zus Mietje VombergVomberg--de Horst (1866de Horst (1866--1943) stierf te Westerbork.1943) stierf te Westerbork.
  6. Mietje Vomberg-de Horst
    Kuinre, 28 december 1866 - Westerbork, 14 april 1943 (76 jaar). Laatst bekende adres: Kanaalpad 5, Apeldoorn. Mietje de Horst, kostuumnaaister, was ook een dochter van Heijman de Horst en Aaltje Leeuw. Haar zus Ilisabeth (1873-1943) stierf in Sobibor. Mietje trouwde met Bernhard Vomberg in 1902 in Zwolle. Haar man overleed in 1939 te Apeldoorn. Mietje is op 14 april 1943 in het kamp Westerbork omgekomen en op 15 april 1943 gecremeerd. De urn met haar as is op de Joodse begraafplaats in Diemen bijgezet. Dochter Pauline Alida (“Paulientje”) van Witsen-Vomberg (1904-1996) werd sociaal werkster. Zij was van 1924 tot 1943 secretaresse en later hoofd administratie van ‘Het Apeldoornsche Bosch’. Henriëtte Boas noemt Pauline in haar boek Bewust-Joodse Nederlandse Vrouwen (1992). Dochter Alida Bamberger-Vomberg (1906-1992) werd verpleegster in Centraal Israëlitisch Krankzinnigengesticht ‘Het Apeldoornsche Bosch’. Deze instelling is in de nacht van 21 op 22 januari 1943 ontruimd. Bijna twaalfhonderd patiënten en vijftig van de personeelsleden werden via Westerbork naar Auschwitz vervoerd. Als voortzetting van ‘Het Apeldoornsche Bosch’ fungeert thans GGZ-instelling het Sinaï Centrum te Amersfoort (1962) en te Amstelveen (2008).
  7. Feitje Meentzer-de Horst
    Kuinre, 23 september 1864 - Sobibor, 2 juli 1943 (78 jaar). Laatst bekende adres: Heelsumstraat 122, Den Haag. Feitje was weduwe van Abraham Meentzer, met wie zij in 1888 in Zwolle was getrouwd. Dochter Alida, lerares, stierf in Sobibor op 28 mei 1943 (51). De dochters Helena (52), ook weduwe, en Sara (45) stierven op 4 juni 1943 in Sobibor. Helena’s zoon Alfred Jacques Poppers (19) kwam om in Auschwitz op 25 januari 1943.
  8. Jansje Meijer-de Vries
    Kuinre, 2 december 1852 - Westerbork, 21 maart 1943 (90 jaar). Laatste adres: Pension ‘Zeligman’, Nieuwe Prinsengracht 25 boven, Amsterdam. Jansje de Vries, dochter van Mozes de Vries (1816-1869) en Hendrika de Vries, was weduwe van Mozes Meijer (1854-1931) en eerder van Wolf Wurms. Van de zeven kinderen heeft één dochter de oorlog overleefd. Jansje stierf op 21 maart 1943 in Kamp Westerbork en is de volgende dag gecremeerd. De urn met as is op de joodse begraafplaats in Diemen bijgezet.

Bronnen o.a.:
www.joodsmonument.nl
www.dutchjewry.org
BS-register Kuinre en Oldemarkt; Oud Archief Kuinre; Oud Archief IJsselham.
Laansma, S., De Joodse Gemeenten in de Kop van Overijssel. Zutphen 1981.

Kuunders Kwartiertje maart 2018

Eerder geplaatst in HVIJ-kwartaalblad De Silehammer 19/3 (september 2011).

Een laatste artikel over het Dagboek van Cip van de Bult uit Kuinre.
Vorige keer is er geschreven tot en met december 1888. Het dagboek nadert z’n einde, we zijn aangekomen in januari 1889. Cip gaat op verlof naar Kuinre. De teksten zijn overgenomen uit zijn dagboek, dus op de manier zoals Cip het heeft opgeschreven.

[Wederom tussen vierkante haken verduidelijkingen van de redactie.]

Januari

1. Op dezen en tot nader te vermelden datum heb ik te Kuinre vertoefd, hiertoe was mij 10 dagen verlof toegestaan door den Weled. Gestr. Heer Ingenieur Nelemans. Al reeds bijtijds heb ik een menigte bekenden gesproken en meest alle familieleden; onmiddellijk na de vroegmis had ik op grond van een voorgewend boodschapje gelegenheid A. Belt en echtgenoote alsmede hun eenige dochter Agnes te spreken, wat toch, ronduit gezegd, het doel was wat ik met dat boodschapje op het oog had. Na de Hoogmis zijn wij met ons drieën, namelijk Pier Zwart, Pieter bij de Wed. Belt en ik naar Slijkenburg gewandeld, alwaar wij bij Bangma en later bij mijn oudoom en oudvoogd een borreltje hebben gebruikt. Vandaar alleen huiswaarts keerende, werd na het eten en na bijwoning van de namiddag Godsdienstoefening met de, door ieder gebruikelijke, wandeling door het dorp aangevangen. Ongeveer 6 uur des avonds vergaderde zich een gezelschapje, bestaande uit Jan Peters, Hm. Doedel. Gs. Postma en mijn persoontje op de pastorie ten einde den Weleerw. Heer Pastoor een gelukzalig Nieuwjaar toe te wenschen. Het overig gedeelte van de avond werd bij J. van Ens doorgebracht met billard spelen etc.
In den loop van den namiddag had een klein incident plaats in de nabijheid van ons huis; het was het volgende: G. Doedel Pzn. had waarschijnlijk ten gevolge van het nieuwjaarwenschen bij Jan, Piet en Klaas wat te diep in ’t glaasje gekeken, zoo dat het edele Schiedammer vocht zijn denkvermogen had beneveld, hij ging zich onmiddellijk voor de pastorie aan, aldaar het minst passende, uitgelatenheid schuldig maken. Zijne Eerw., dit bemerkt hebbende, spoedde zich aanstonds naar zijn vader, ter mededeeling van het voorgevallene met het verzoek tevens zijn zoontje naar huis te halen. De oude man kwam derwaarts en slaagde erin het jongmensch naar diens woning te begeleiden.

2. Na liquideering van de rekening heb ik bij Peters op diens verzoek de avond gepasseerd. Peters, Jan en ik hebben een kaartje gelegd.

4. De provisioneele veiling van het huis van Pelle de Lange gehouden bij D. Peereboom bijgewoond. [provisioneel: onder voorbehoud van gunning]. Van een bij uitnemendheid oprechten vriend, werd mij tijdens dit uitstapje medegedeeld, dat een jonge dochter in onze gemeente, met name F.E., zich mijn uitverkorene waande, ja zelfs vast meende. Hare ouders had zij ook in die meening gebracht; bovendien had dit kind die luitjes nog gezegd, dat ingeval verhuizing plaats moest hebben, ik voor een huis zoude zorgen door mijn ouderlijk huis te hunner beschikking te stellen. Allerzonderlijkst trof mij dit, daar het meisje noch van het eene noch van het andere eenige overtuiging had. Op grond van het bovengenoemde heb ik dezer dagen getracht haar zoowel als hare ouders niet onder het oog te komen; tevens heb ik mij voorgenomen voordat ik Kuinre verlaat de meest doorslaande bewijzen te leveren, dat dit meisje zich heeft vergist, op een en ander zal nader worden teruggekomen.

6. Tengevolge van het vriezen in de laatste dagen, kon zonder gevaar van hier naar Oldemarkt worden gereden. Deze gelegenheid eens op schaatsen een uitstapje te maken niet latende voorbijgaan, hebben Agnes en ik mede in gezelschap van G. en H. Doedel, Dina Bouma, Cra en Caa van der Woning, Jelte v.d. Vecht en G. Postma de Oldemarkt bezocht. [Cra en Caa: Christina en Catharina].Op onze weg daarheen, ontmoetten wij vele rijders en rijderessen, ook mijne nicht P. Tromp. Vrij spoedig zijn wij huiswaarts gekeerd, daar het reeds ongev. 4 uur was toen wij te Oldemarkt aankwamen. Op de terugreis zijnde braken G. Doedel en D. Bouma ten gevolge van een val hunne schaatsen (wij waren in ’t Rondebroek) die nu te voet naar Kuinre moesten. Aan het verzoek van Agnes na het ritje bij haar aan huis koffie te drinken werd natuurlijk gevolg gegeven.

7. Hedenmiddag zijn Agnes en ik met D. Bouma, J. v.d. Vecht, H. Doedel en G. Bouma op schaatsen naar de Lemmer geweest. Op de terugreis hebben we gezamenlijk bij D. Bouma koffie gedronken. Thuiskomende heb ik de avond bij Agnes en hare ouders doorgebracht. Wat reeds lang vooraf door menigeen was gezegd, is mede dezen avond tot stand gekomen, namelijk: dat Agnes en ik thans verloofd zijn.

8. Hedenmorgen hebben Epke en ik in mijn stukje land geboord, ten einde te kunnen nagaan hoeveel veen er globaal in aanwezig is en daaruit tot den prijs te besluiten. Uit reeds genoemde is het duidelijk dat Epke plan heeft dit te koopen; wanneer hij geen bezwaar heeft tegen de door mij voorgestelden prijs (ƒ 2000), is verkoopen voor mij voordeeliger dan verhuren. Na voornoemde werkzaamheden hebben wij bij D. Bouma koffiegedronken. Bij mijn oom T. v. Koersveld heb ik gegeten, en omstreeks 5 uur ben ik weder naar Kuinre gegaan. Op grond dat mijn verloftijd is verstreken en ik morgen weder op reis ga, waren mijn bezigheden tot 8 uur, van verschillende bekenden afscheid te nemen. Hierna heb ik Agnes verzocht een poosje bij ons te komen; tot elf uur hebben wij ons onledig gehouden met kaarten, waarop ik van A. Belt en echtgenoote en eindelijk van Agnes afscheid heb genomen.

9. Vanmorgen kwart voor vijf verlieten Epke en ik Kuinre. Wat de reden was weet ik niet van mijne alles behalve aangename gemoedsstemming, liever gezegd van mijn treurigheid, toen ik Kuinre weder verliet. Epke heeft mij tot Oldemarkt vergezeld. Op weg naar Peperga ontmoette ik Froklage met wie ik de reis tot Amersfoort heb gemaakt. Met de boot om 3½ uur van Rotterdam vertrekkend was ik 5 uur te Maassluis. Al spoedig begaf ik mij deze avond ter ruste. [in Oldemarkt Froklage, later meest Vroklage].

10. Na bijwoning van de H. Mis, begaf ik mij naar de Ingenieur. Z.W.E.G. [Zijne Weldedelgestrenge] droeg mij op een kaart te vervaardigen van de Brielsche Maas. Heel vlot loopt het werk nog niet van stapel, mijn gedachten zijn nog te veel in Kuinre.

17. Heden ben ik op schaatsen naar Maasland geweest.

18. Ruim 1 uur heb ik vanmiddag op de Boonervliet schaatsen gereden.

20. De eerste brief heb ik heden van Agnes ontvangen.

30. Eene bestekteekening voor de werkzaamheden beneden Maassluis uit te voeren, werd mij ter vervaardiging door Z.W.E.G. Ingr opgedragen.

31. Het gewone maandwerk voor den Ingr in orde gemaakt.
Na de verloving is het op 27 juni 1892 tot een huwelijk gekomen tussen Ciprianus Egbartus van de Bult en Agnes Belt.
Bron: boek huwelijken roomskatholieke kerk Kuinre.



Een getuigschrift van het examen voor Opzichter van 's Rijks Waterstaat.
Getuigschrift in bezit van Cyp van de Bult, Oegstgeest.


















Kuunders Kwartiertje december 2017

Eerder geplaatst in HVIJ-kwartaalblad De Silehammer 19/2 (juni 2011).

Een vervolg over het Dagboek van Cip van de Bult uit Kuinre. Vorige keer is er geschreven tot en met juni 1888. De informatie van zijn periode in Maassluis is niet relevant voor ons gebied. Vandaar dat er deze keer samenvattingen zijn geschreven over zijn wederwaardigheden aldaar. De dagen dat er contact was met de mensen in Kuinre/Slijkenburg zijn voluit weergegeven.
[Wederom tussen vierkante haken verduidelijkingen van de redactie.]

Juli 1888
Cip houdt zich in juli bezig met het bouwen van een nieuwe sluis. Hij onderzoekt wie wat krijgt aanbesteed, waar de materialen vandaan komen en onderhoudt contacten met de ingenieur. Verder heeft Cip veel administratieve bezigheden. Halverwege juli moet hij naar Rozenburg-Oostpunt om toezicht te houden op een steenbestorting voor een dukdalf en het opmeten van de schepen waarmee de steen is aangevoerd. De zeiltochtjes met een rijksvaartuig naar die dukdalven zijn wel aardig met het oog op de declaratie die hij daarvoor kan indienen. De werkzaamheden betreffen hoofdzakelijk schrijf- en tekenwerk. Alvorens met de eigenlijke tekeningen te beginnen, heeft hij eerst de vaargeul figuurmatig voorgesteld en de rivier- en peilkaarten bijgewerkt.

Augustus 1888
Cip krijgt twee studenten van de Polytechnische School [Delft]. Een van deze twee studenten heeft een kamer gehuurd onder die van Cip. Sinds enige tijd wordt de kamer achter Cip bewoond door een apothekersbediende uit Breda.

Uit het dagboek, 4 augustus
Als buren zoogenaamd hebben wij vriendschapsbetrekkingen aangeknoopt; geregeld brengen wij elkander over en weer een bezoek. De vorige Zondag zijn wij samen naar Delft gewandeld; de terugreis hebben wij per omnibus gemaakt.

Uit het dagboek, 13-18 augustus
Toezicht gehouden op werken aan de Oostpunt van Rozenburg. Aangevoerd aldaar 224 m3 puin en 2000 perkoenpalen; verder werd 340 m2 steenbezetting gemaakt. Heden sprak ik iemand uit Kuinre namelijk de zoon van de Wed. Dragt; deze persoon vaart op een Urker visschers-schuit genaamd U.K. 177. Om reden dat zijn baas het bedrijf op de Noordzee uitoefent wordt de haven van Maassluis dikwijls door hen bezocht, hetzij bij storm of ook gedurende de Zondag.
[perkoenpaal: geschilde stam van den of eik, lang 120-160 cm, omtrek 30 cm.]

September 1888
Uit het dagboek, 2 september
Heden ben ik naar Amsterdam geweest, voldoende aan een verzoek van Roelof van Koersveld. Wegens het regenachtig weder heb ik mijn bezoek slechts kort gemaakt; aldaar aangekomen om 10u10’ ben ik 4u3’ weder vertrokken. Met de boot vertrekkende 6u30’ uit Rotterdam kwam ik ruim 8 uur te Maassluis aan.

De bestektekeningen zijn gereed, Cip moet nu een peilkaart vervaardigen. Hij is belast met het toezicht houden op diverse bouwwerken.

Uit het dagboek, 30 september
Vandaag was ik door R. van Koersveld verzocht naar Amsterdam te komen, een en ander was bij mijn vorig bezoek afgesproken; met het oog op de drukte en het vroegtijdig vertrekken van de Maassluissche boot uit Rotterdam heb ik aan het verzoek niet voldaan. Daar ik plan had een stukje land van wijlen Tante Geertrui te koopen, waarvan ik opdracht had gedaan aan E. Peereboom, kon ik niet slagen wegens de samenvoeging van al de perceelen. Hedenmorgen ontving ik een brief van E. Peereboom waarin mij werd medegedeeld, dat hij nog ƒ10,- met het verhoogen had verdiend.

Oktober 1888
In oktober gaat Cip toezicht houden op het baggerwerk in de Koningshaven te Rotterdam. Hij krijgt daar tijdelijk een ark ter beschikking, voorzien van het nodige meubilair. Er is een kok aangesteld die tevens dienst moest doen als roeier. De kok/roeier kreeg een weekgeld van ƒ 10.- Op 15 oktober heeft R. van Koersveld uit Amsterdam hem een bezoek gebracht, ’s avonds om 21.00 uur is die weer vertrokken.

November 1888
Op 1 november is het Allerheiligen. De Heilige Missen bijgewoond in de Kerk op het Stieltjesplein.
[Voormalige kerk van de Heilige Martelaren van Gorcum.]

Uit het dagboek, 17 november
Heden is de herdenking van Nêêrlands 75 jarige onafhankelijkheid te dezer stede [Rotterdam, daar lag de ark] feestelijk herdacht. Allerwegen zijn eerepoorten en bogen opgericht, in de voornaamste straten zijn op onderlingen afstand van een paar meters palen in den grond gezet omwonden met groen; deze palen zijn aan elkaar verbonden door een keten van groen, doorvlochten met oranje linten, enz. Dit laatste gaf met de uitgestoken vlaggen aan een en ander een recht feestelijk aanzien.
De prachtige optocht die in de Rosestraat zich samenstelde en vandaar de stad intrekkende, tevens onmiddellijk de ark moest passeren, was zeker een van de merkwaardigste nummers van het feestprogramma. De illuminatie was eveneens prachtig, jammer dat de harde wind gepaard met hevige stortregens een menigte lichten uitdoofde. Bijna aan elk huis zag men een verlichte W met de jaartallen 1813-1888. Het mooiste gedeelte van de illuminatie dat ik gezien heb, was aangebracht aan en op de brug bij de Korte Hoogstraat. Tegen een uur of 9 werd het weer iets beter, duizenden menschen waren toen op de been. Om 10 uur werd een schitterend vuurwerk afgestoken; tot dien tijd werd op verschillende pleinen een muziekuitvoering gegeven, in opzettelijk voor dat doel gebouwde muziektenten.

Uit het dagboek, 18 november
Roelof van Koersveld is heden met Veronica Peereboom te Kuinre getrouwd.
[Cip was een jaar ouder dan Roelof, de jongste broer van zijn stiefmoeder. Roelof =
Rudoph/Rodulphus van Koersveld, 13.03.1864-21.10.1903; gehuwd 10.11.1888 met Froukje = Fronica Peereboom, 17.02.1862-09.06.1941] [In De Silehammer 17/4,101-106 een artikel over verlatijnste RK voornamen.]

Uit het dagboek, 25 november
Vanmorgen ontving ik een brief van G. Bouma meldende zijn vertrek naar IJsselham, en een van Kemme over de geldleening.

December 1888
Cip rondt zijn werkzaamheden in Rotterdam af en pakt zijn koffers in om per boot weer naar Maassluis te vertrekken, opnieuw bij Wed. Veltenaar in huis. Hij heeft de Zeer Weledel Gestrenge Heer Ingenieur verlof gevraagd om met de kerstdagen naar huis te gaan. Verlof werd toegestaan maar omdat zijn beide collega’s met deze dagen uitgaan, werd Cip voorgesteld de reis na Kerstmis te ondernemen. Dit voorstel neemt hij voorlopig aan.

Uit het dagboek, 8 december
Hedenmorgen ontving ik een postpakket van huis, inhoudende twee letters, zijnde de eersten van mijn naam en bovendien nog twee bloedworsten. Bij een bezoek aan de ingenieur heeft Cip verlof gevraagd voor 10 dagen ingaande 31 december en eindigende 9 januari 1889. De ingenieur moet dit overleggen met de arrondissementsingenieur. Van een collega hoort Cip dat deze man, juist op inspectiereis langs de Waterweg, goedgunstig beschikt op zijn verzoek; officieel bericht moet hij nog ontvangen.

Uit het dagboek, 22 december
In verschillende groote plaatsen worden vergaderingen gehouden, waarop met kracht wordt geprotesteerd tegen de invoering van het wetboek van strafrecht in Italië waardoor de H. Vader en de Geestelijkheid aldaar in de beoefening van hun ambt zeer worden bemoeilijkt. Eveneens wordt op herstel van de wereldlijke macht van Z.H. den Paus aangedrongen, dat zoozeer met vrije uitoefening van de geestelijke bediening in verband staat.

Uit het dagboek, 30 december
Hedenochtend 7 uur ving ik mijn reis aan van hier naar Rotterdam, waar aan de gewone verplichting van Mis te horen moest worden voldaan, ten 9 ure bestond hiertoe gelegenheid, in eene Kerk onmiddellijk bij het station. Om 10u15’ stapte ik op de trein en arriveerde ruim 3 uur te Peperga; toevallig bestond de gelegenheid vandaar naar Oldemarkt te rijden. Bij Lok ontmoette ik G. Postma, die met bruiloftsgasten uit Steenwijk te Oldemarkt was; daar het allicht 12 uur of later zoude worden eer hij kon vertrekken, werd mij voorgesteld per rijtuig een eindje weg te brengen, ’t is te begrijpen dat dit voorstel werd aangenomen. Op voren beschreven wijze bracht hij mij veel verder dan ik had verwacht, en wel tot J. van Ens. In deze herberg werd een opknappertje genomen, waarna wij afscheid namen en ik de reis naar Kuinre verder te voet heb afgelegd, alwaar ik precies 7 uur aankwam. Of de kinderen van Epke in hun schik waren met mijn thuiskomst behoeft niet gezegd te worden.
[G. en H. Lok, omnibusdienst tussen Oldemarkt en Peperga vanaf 1884.]

Uit het dagboek, 31 december
Na bijwoning van de H. Mis, heb ik verschillende kennissen opgezocht. Hedenmiddag heb ik het in aanbouw zijnde boterfabriek bezichtigd. Tot sluiting van het Gouden Priesterjubilé van Z.H. den Paus is hedenavond een plechtig lof gehouden, waarbij ik mede tegenwoordig was. Hierna waren Epke en ik bij J. van Someren verzocht om een partijtje te domineeren [domino spelen], aan welk partijtje ook nog werd deel genomen door W. de Zwart en C. Ontijd (decoratieschilder alhier werkzaam in de pastorie). Tot middernacht waren we genoeglijk bezig; zodra de klok van het raadhuis dit uur aankondigde wenschten we elkander een gelukzalig Nieuwjaar, waarop Epke en ik huiswaarts keerden. [‘Het’ fabriek was gangbare volkstaal; Zuivelfabriek de Fakkel is gebouwd najaar 1888 en in gebruik genomen 19 februari 1889. In De Silehammer 15/2 t/m 15/4 is uitgebreid aandacht besteed aan de fabriek en directeur C. Treurniet.] Hiermede zijn de aanteekeningen in mijn dagboek van het jaar 1888 geëindigd.
Afbeelding: boterwikkel.

OPEN MONUMENTENDAG

Thema dit jaar: Boeren, burgers en buitenlui…
De Protestantse kerk van Blankenham is op zaterdag 9 geopend van 10.00 tot 17.00 uur en op zondag 10 van 13.00-17.00 uur. In Blankenham zijn er schilderijen van Toon Willemsen, Ossenzijl en Henk Nijenhuis, Emmeloord. Foto’s van Cobie Reuvers, Emmeloord, en Karla Koelma, Blankenham, te bezichtigen. Ook zijn er panelen en beelden van de Beeldhouwclub “Skulptura”. En het goede doel is dit jaar wederom de St. Ayuda Maya. De Protestantse kerk van Kuinre is alleen op zaterdag 9 september geopend van 10.00 tot 16.00 uur. We proberen aan te sluiten bij het landelijke thema Boeren, burgers en buitenlui door een expositie in te richten over de dorps- en stadsomroepers. Daarnaast willen we aandacht besteden aan huisvlijt van vrouwen in vroegere tijden. Namens de Historische Vereniging IJsselham zullen we ook aanwezig zijn, met de nodige materialen. Op deze dag zijn ook de kerken van Scherpenzeel en Nijetrijne open. In Scherpenzeel is een expositie van quilts, gemaakt door quiltgroep de qwillekwebbels uit de buurt van Scherpenzeel. De invulling van deze dag in de kerk van Nijetrijne is nog niet bekend.

Kuunders Kwartiertje september 2017