Eerder geplaatst in HVIJ-kwartaalblad De Silehammer 19/3 (september 2011).

Een laatste artikel over het Dagboek van Cip van de Bult uit Kuinre.
Vorige keer is er geschreven tot en met december 1888. Het dagboek nadert z’n einde, we zijn aangekomen in januari 1889. Cip gaat op verlof naar Kuinre. De teksten zijn overgenomen uit zijn dagboek, dus op de manier zoals Cip het heeft opgeschreven.

[Wederom tussen vierkante haken verduidelijkingen van de redactie.]

Januari

1. Op dezen en tot nader te vermelden datum heb ik te Kuinre vertoefd, hiertoe was mij 10 dagen verlof toegestaan door den Weled. Gestr. Heer Ingenieur Nelemans. Al reeds bijtijds heb ik een menigte bekenden gesproken en meest alle familieleden; onmiddellijk na de vroegmis had ik op grond van een voorgewend boodschapje gelegenheid A. Belt en echtgenoote alsmede hun eenige dochter Agnes te spreken, wat toch, ronduit gezegd, het doel was wat ik met dat boodschapje op het oog had. Na de Hoogmis zijn wij met ons drieën, namelijk Pier Zwart, Pieter bij de Wed. Belt en ik naar Slijkenburg gewandeld, alwaar wij bij Bangma en later bij mijn oudoom en oudvoogd een borreltje hebben gebruikt. Vandaar alleen huiswaarts keerende, werd na het eten en na bijwoning van de namiddag Godsdienstoefening met de, door ieder gebruikelijke, wandeling door het dorp aangevangen. Ongeveer 6 uur des avonds vergaderde zich een gezelschapje, bestaande uit Jan Peters, Hm. Doedel. Gs. Postma en mijn persoontje op de pastorie ten einde den Weleerw. Heer Pastoor een gelukzalig Nieuwjaar toe te wenschen. Het overig gedeelte van de avond werd bij J. van Ens doorgebracht met billard spelen etc.
In den loop van den namiddag had een klein incident plaats in de nabijheid van ons huis; het was het volgende: G. Doedel Pzn. had waarschijnlijk ten gevolge van het nieuwjaarwenschen bij Jan, Piet en Klaas wat te diep in ’t glaasje gekeken, zoo dat het edele Schiedammer vocht zijn denkvermogen had beneveld, hij ging zich onmiddellijk voor de pastorie aan, aldaar het minst passende, uitgelatenheid schuldig maken. Zijne Eerw., dit bemerkt hebbende, spoedde zich aanstonds naar zijn vader, ter mededeeling van het voorgevallene met het verzoek tevens zijn zoontje naar huis te halen. De oude man kwam derwaarts en slaagde erin het jongmensch naar diens woning te begeleiden.

2. Na liquideering van de rekening heb ik bij Peters op diens verzoek de avond gepasseerd. Peters, Jan en ik hebben een kaartje gelegd.

4. De provisioneele veiling van het huis van Pelle de Lange gehouden bij D. Peereboom bijgewoond. [provisioneel: onder voorbehoud van gunning]. Van een bij uitnemendheid oprechten vriend, werd mij tijdens dit uitstapje medegedeeld, dat een jonge dochter in onze gemeente, met name F.E., zich mijn uitverkorene waande, ja zelfs vast meende. Hare ouders had zij ook in die meening gebracht; bovendien had dit kind die luitjes nog gezegd, dat ingeval verhuizing plaats moest hebben, ik voor een huis zoude zorgen door mijn ouderlijk huis te hunner beschikking te stellen. Allerzonderlijkst trof mij dit, daar het meisje noch van het eene noch van het andere eenige overtuiging had. Op grond van het bovengenoemde heb ik dezer dagen getracht haar zoowel als hare ouders niet onder het oog te komen; tevens heb ik mij voorgenomen voordat ik Kuinre verlaat de meest doorslaande bewijzen te leveren, dat dit meisje zich heeft vergist, op een en ander zal nader worden teruggekomen.

6. Tengevolge van het vriezen in de laatste dagen, kon zonder gevaar van hier naar Oldemarkt worden gereden. Deze gelegenheid eens op schaatsen een uitstapje te maken niet latende voorbijgaan, hebben Agnes en ik mede in gezelschap van G. en H. Doedel, Dina Bouma, Cra en Caa van der Woning, Jelte v.d. Vecht en G. Postma de Oldemarkt bezocht. [Cra en Caa: Christina en Catharina].Op onze weg daarheen, ontmoetten wij vele rijders en rijderessen, ook mijne nicht P. Tromp. Vrij spoedig zijn wij huiswaarts gekeerd, daar het reeds ongev. 4 uur was toen wij te Oldemarkt aankwamen. Op de terugreis zijnde braken G. Doedel en D. Bouma ten gevolge van een val hunne schaatsen (wij waren in ’t Rondebroek) die nu te voet naar Kuinre moesten. Aan het verzoek van Agnes na het ritje bij haar aan huis koffie te drinken werd natuurlijk gevolg gegeven.

7. Hedenmiddag zijn Agnes en ik met D. Bouma, J. v.d. Vecht, H. Doedel en G. Bouma op schaatsen naar de Lemmer geweest. Op de terugreis hebben we gezamenlijk bij D. Bouma koffie gedronken. Thuiskomende heb ik de avond bij Agnes en hare ouders doorgebracht. Wat reeds lang vooraf door menigeen was gezegd, is mede dezen avond tot stand gekomen, namelijk: dat Agnes en ik thans verloofd zijn.

8. Hedenmorgen hebben Epke en ik in mijn stukje land geboord, ten einde te kunnen nagaan hoeveel veen er globaal in aanwezig is en daaruit tot den prijs te besluiten. Uit reeds genoemde is het duidelijk dat Epke plan heeft dit te koopen; wanneer hij geen bezwaar heeft tegen de door mij voorgestelden prijs (ƒ 2000), is verkoopen voor mij voordeeliger dan verhuren. Na voornoemde werkzaamheden hebben wij bij D. Bouma koffiegedronken. Bij mijn oom T. v. Koersveld heb ik gegeten, en omstreeks 5 uur ben ik weder naar Kuinre gegaan. Op grond dat mijn verloftijd is verstreken en ik morgen weder op reis ga, waren mijn bezigheden tot 8 uur, van verschillende bekenden afscheid te nemen. Hierna heb ik Agnes verzocht een poosje bij ons te komen; tot elf uur hebben wij ons onledig gehouden met kaarten, waarop ik van A. Belt en echtgenoote en eindelijk van Agnes afscheid heb genomen.

9. Vanmorgen kwart voor vijf verlieten Epke en ik Kuinre. Wat de reden was weet ik niet van mijne alles behalve aangename gemoedsstemming, liever gezegd van mijn treurigheid, toen ik Kuinre weder verliet. Epke heeft mij tot Oldemarkt vergezeld. Op weg naar Peperga ontmoette ik Froklage met wie ik de reis tot Amersfoort heb gemaakt. Met de boot om 3½ uur van Rotterdam vertrekkend was ik 5 uur te Maassluis. Al spoedig begaf ik mij deze avond ter ruste. [in Oldemarkt Froklage, later meest Vroklage].

10. Na bijwoning van de H. Mis, begaf ik mij naar de Ingenieur. Z.W.E.G. [Zijne Weldedelgestrenge] droeg mij op een kaart te vervaardigen van de Brielsche Maas. Heel vlot loopt het werk nog niet van stapel, mijn gedachten zijn nog te veel in Kuinre.

17. Heden ben ik op schaatsen naar Maasland geweest.

18. Ruim 1 uur heb ik vanmiddag op de Boonervliet schaatsen gereden.

20. De eerste brief heb ik heden van Agnes ontvangen.

30. Eene bestekteekening voor de werkzaamheden beneden Maassluis uit te voeren, werd mij ter vervaardiging door Z.W.E.G. Ingr opgedragen.

31. Het gewone maandwerk voor den Ingr in orde gemaakt.
Na de verloving is het op 27 juni 1892 tot een huwelijk gekomen tussen Ciprianus Egbartus van de Bult en Agnes Belt.
Bron: boek huwelijken roomskatholieke kerk Kuinre.



Een getuigschrift van het examen voor Opzichter van 's Rijks Waterstaat.
Getuigschrift in bezit van Cyp van de Bult, Oegstgeest.


















Kuunders Kwartiertje december 2017