Eerder geplaatst in HVIJ-kwartaalblad De Silehammer 23/3 (september 2015). In het originele artikel worden ook oorlogsslachtoffers vermeld die in Oldemarkt gewoond hebben, we beperken ons hier tot Kuinre. In ’t Kuunders Kwartiertje van juni zijn we geëindigd met Boude-wijn Dirk Leenheer. We gaan verder met Bouwe van Ens.

Kuinders kwartiertjeIn november 1953 is in Heerenveen ook naar Bouwe van Ens (1893-1945) een straat genoemd. Zoals in ’t vorige Kuunders Kwartiertje vermeld staat ook de naam B. van Ens op het oorlogsmonument uit 1949 aan de Van Maasdijkstraat in Heerenveen.

Twee oorlogsslachtoffers komen uit Kuinre, een bracht er zijn jeugd door en een is er geboren – reden te over ooit straten naar hen te noemen!

Bouwe van Ens
Kuinders kwartiertjeGeboren 23.03.1893 te Slijkenburg, overleden 12 april 1945 te Spitsendijk. Beroep: Veehouder. Lid van het verzet.
N.H. Begraafplaats te Nieuwehorne Vak/rij/nummer 3/15. Afbeelding grafsteen.
Bouwe van Ens is niet geboren te Slijkenburg, maar te Kuinre, als zoon van tolgaarder Meine van Ens en Wobbegje Pijlman die van juni 1892 tot mei 1895 in Kuinre woonden. In Slijkenburg, gelegen in Friesland op de grens met Overijssel, was een douanehuis en een tolhek.
Bouwe trouwde in 1920 te Blankenham met Aaltje van Veen, zij kregen zes kinderen. Bouwe werd veehouder en melkrijder in Nieuwehorne, tus-sen Heerenveen en Jubbega. In de oorlog zat Bouwe in het verzet bij de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers van Nijehorne e.o.; de LO had een confessionele achtergrond, Bouwe was Nederlands-hervormd en nam zijn geloof zeer serieus. In november 1944 was hij betrokken bij enige wapendroppings in het Katlijker Schar. De wapens werden eerst dichtbij opgeslagen en de volgende nacht gingen ze onder anderen naar Van Ens, waarna verdere verspreiding volgde. De namen van veel betrokkenen bij de wapendroppings werden bij de Duitsers bekend, ook die van Bouwe. Zelfs toen een Duitse wagen voor zijn boerderij stopte en weer wegreed, dook Bouwe niet onder. “Ik gean foar de poep gjin stap oan’e kant!” (Ik ga voor de mof geen stap aan de kant).
Na zijn arrestatie op 23 januari 1945 kwam Bouwe in de gevangenis achter het SD-bolwerk Crackstate in Heerenveen. Ondanks zware mishandelingen tijdens “verschärpte Vernehmung” (verscherpt verhoor) noemde hij geen namen.
Verzetsman Halbe van der Goot uit Oudemirdum werd in februari opgesloten in een cel naast Bouwe van Ens; in de tussenmuur zat een vierkant gat van 15 à 20 cm. Direct na de bevrijding legde Van der Goot een verklaring af over de mishandeling die Bouwe had moeten ondergaan: geschopt en geslagen door tenminste vijf personen. Zijn hoofd raakte opgezwollen, naar eigen zeggen had hij twee kapotte ribben, hij kon haast niet liggen en ook niet staan.
Veel details zijn bekend geworden in februari 1950 tijdens de zittingen van de Bijzondere Strafkamer te Leeuwarden, met uitvoerige verslagen in de Heerenveense koerier (HK) en het Nieuwsblad van Friesland (NvF). Overlevenden van de Crackstate vertelden dat zij de vingers in hun oren stopten vanwege het gekerm der gemartelden (NvF 01.02.1950) en dat sommige gevangenen uit angst zelfmoord hadden gepleegd (HK 01.02.1950).
Op de avond van 12 april 1945, twee dagen vóór de bevrijding van Heerenveen door de Canadezen, werden Bouwe van Ens en Sybren Sijtsma uit Hemelum uit hun cel gehaald en op de Spitzendijk bij Luinjeberd gefusilleerd; om 22.00 uur, staat in de overlijdensakte van 16 april. De Spitzendijk loopt westelijk van Luinjeberd naar de Rijksstraatweg bij Haskerdijken. In de vroege morgen van 13 april vonden Canadezen zijn stoffelijk overschot in een slootwal. Daardoor dacht men aanvankelijk aan 13 april als sterfdatum. Van Ens en Sytsma zouden zijn doodgeschoten als represaille voor de dood van acht Duitsers. Twee tegen acht, daar geloofde de officier van justitie bij het proces in 1950 echt niet in, omdat het ’s nachts was gebeurd en dus niet ter afschrikking van omstanders. Neen, twee mogelijke getuigen van de begane wreedheden moesten uit de weg worden geruimd (uitvoerig HK 08.02.1950).
Kuinders kwartiertjeOp verzoek van de Canadezen zijn beide lichamen door een arts onderzocht. Bouwe had acht schotwonden, er was een vers litteken bij de slaap en enkele ribben vertoonden niet geheelde breuken. Het gebit was gedeeltelijk defect (HK 01.02.1950 bij het verhoor van de directeur van de Crackstate).
Op dinsdag 17 april 1945 is Bouwe van Ens begraven vanuit café Schreur in Nieuwehorne. Bij de uitvaart, geleid door ds. Pijnacker Hordijk, waren veel sprekers. “Meester Leenheer van Jubbega sprak als vriend en medegetroffene woorden van herinnering en opbeuring. Noemde Van Ens een voorbeeld van trouw beginsel en moed” (HK 18.04.1950 uitvoerig). Hiervoor is beschreven dat Leen-heer schoolhoofd is geweest in Kuinre. Zijn daar geboren zoon Boudewijn Dirk was op 4 augustus 1944 omgekomen in Kamp Vught. Zoals vermeld, staan beider namen, van Bouwe en van Boudewijn Dirk, op het oorlogsmonument in Heerenveen.

Na het verschijnen van het eerste artikel oorlogsslachtoffers in De Silehammer kregen we reactie van Albert en Alberdina, kinderen van Bouwe en Aaltje.
Albert attendeerde ons op de herinneringen van zus Alberdina aan de tijd rond vaders arrestatie en overlijden en aan de moeizame levensomstandigheden van het gezin nadien, eerst in Nieuwehorne, daarna in de oude buurtschap Brongergea van Oranjewoud.
De Stichting Brongergea Op De Kaert publiceerde in 2012 het boek ’t Gea fan Bronger. Het boek is uitverkocht, maar op de website www.brongergea.info/ is de inhoud nog terug te vinden. Zo ook een gesprek met Alberdina de Jong-van Ens op p. 134v. Wij hebben die tekst bewerkt, bekort en waar zinvol aangevuld met recente informatie van Alberdina en eigen informatie.
Alle zes kinderen van de familie Van Ens op een rijtje:
Wobbigje (*1921), Trijntje (*1922), Meine (*1928), Alberdina (*1931 te Spanga), Frederik (“Frits”, *1934 te Bovenknijpe) en Albert (*1942 te Nieuwehorne).

Weduwe Aaltje van Ens kwam op 16 juli 1945 met haar kinderen Meine, Alberdina, Frits en Albert wonen in een deel van voormalig logement De Kom aan de Van Limburg Stirumweg 4 in Brongergea. De oudste dochters waren de deur al uit, jongste zoon Albert was toen drie jaar.
Haar man Bouwe van Ens was op 23 januari, terwijl zij in het ziekenhuis lag, door de Duitsers gearresteerd en van 12 op 13 april van dat jaar gefusilleerd.
Bouwe was boer in Nieuwehorne en zat tot over zijn oren in het verzet. Er zaten bijna altijd onderduikers op de boerderij. Het was bekend dat hij ook deelnam aan wapendroppings en andere illegale activiteiten. Alberdina, die in Heerenveen naar de mulo ging, werd regelmatig ingezet voor koerierswerkzaamheden. Zij moest dan spullen meenemen vanuit Heerenveen naar Nieuwehorne. Men rekende er op dat een meisje van nog geen veertien niet gecontroleerd zou worden. Eens, toen zij op weg naar huis gewaarschuwd werd dat er een razzia op handen was en dit thuis aan haar vader vertelde, smeet die direct alle meegenomen spullen in de kachel. Ze was daar zo ontstemd over, dat ze zich voornam nooit meer iets mee te nemen, maar de omstandigheden zorgden ervoor dat dit voornemen slechts van korte duur was. Toen Alberdina op straat eens door een Duitser gevraagd werd waar de familie Van Ens woonde, vertelde ze dat ze toen voor de eerste keer bewust gelogen heeft door te zeggen dat ze dat niet wist. Hoewel er geen bewijs voor is gevonden, is Alberdina er voor 99% van overtuigd dat haar vader is verraden. Toen haar vader gearresteerd werd, lag haar moeder in het ziekenhuis, waardoor de hele huishouding op z’n rug lag. Broer Meine, nog geen zeventien, runde tijdelijk de boerderij. Er zal waarschijnlijk wel hulp geboden zijn, maar daar heeft Alberdina geen herinneringen aan. Omdat Meine geen boer wilde worden, was het in eerste instantie de bedoeling dat er met behulp van een arbeider verder ‘geboerd’ zou worden in Nieuwehorne.
Maar om redenen, die Alberdina niet bekend zijn, moesten ze in juli verhuizen. Meine kon als tuinman aan het werk bij jonkheer M. De Blocq van Scheltinga, sinds 1942 eigenaar van Landgoed Oranjewoud. De familie Van Ens kon woonruimte krijgen in logement De Kom. Ze kregen de beschikking over de voormalige gelagkamer met een verwijderbare tussenwand en drie slaapkamers op de bovenverdieping. Voor hun sanitaire behoeften moesten ze gebruik maken van het ‘hûske’ dat ergens op het erf stond. Omdat buurman Tsjalling de Vries wel over een inpandig toilet beschikte, mochten ze alleen ’s nachts hiervan gebruik maken. Toen Meine, die ook geen tuinman was, als monteur aan het werk ging bij vervoersmaatschappij NTM moesten ze weer verhuizen, nu naar de Oude Molenweg 16 in Heerenveen.
Als jeugdzonde uit de tijd op De Kom herinnert Alberdina zich dat zij en haar vriendin Annie de Vries hun namen in een boom hebben gesneden.

Achter de grafstenen van Bouwe van Ens en zijn vrouw Aaltje van Veen te Nieuwehorne staat een gedenkzuil van de Vereniging Friesland 1940–1945 met “vlam” en daarop de Nederlandse leeuw.
Tekst op de zuil:
Fallen yn ’e striid tsjin ûnrjocht en slavernij – dat wy yn frede foar rjocht en frijdom weitsje.
Gevallen in de strijd tegen onrecht en slavernij – opdat wij in vrede voor recht en vrijheid waken.

Foto: Linda Polderman, 2015.

Bronnen: veel sites op internet.
Krantenberichten: www.delpher.nl
met als belangrijkste zoektermen:
- Bouwe van Ens
- Bijzondere Strafkamer Leeuwarden
(eerst helft februari 1950 met gedetailleerde verslagen in vooral Heerenveense koerier en Nieuwsblad van Friesland)

Kuunders Kwartiertje september 2018