In HVIJ-kwartaalblad De Silehammer 18/4 (december 2010) stond een artikel over de negentiende-eeuwse lJsclub te Oldemarkt, die in de nazomer harddraverijen voor paarden organiseerde. Dat was toentertijd kennelijk de voornaamste activiteit van lJsclubs!
Een paar berichten uit het archief van de Leeuwarder Courant (LC) over Kuinre en Blankenham. Op 28 september 1874 houdt de lJsclub “Kuinre en Blankenham” een HARDDRAVERIJ te Kuinre. Prijs ƒ 60,- of een Voorwerp van Zilver ter keuze, voor het laatst mededravend Paard een Cadeau ad ƒ 5,-. Aangifte en keuring ’s morgens bij Kastelein R. Pereboom. Draverij ’s middags 2 uur. Maandag 27 september 1875: Prijs ƒ 80,- en Cadeau ƒ 20.-. Aangifte dan bij Kastelein J. van Ens. Vanaf 1876 luidt de naam “IJsclub Kuinre”. Ook dan gaat het nog steeds alleen over harddraverij met paarden. In 1879 moeten de deelnemers zich aanmelden bij Kastelein J. Dijkman. De prijsuitreiking is bij Logementhouder N. Kamman, in de Nieuwe Stadsherberg te Kuinre (dus Nieuwstad).

Oudst gevonden vermelding van Hardrijderij op Schaatsen te Kuinre, nog zonder vermelding IJsclub (LC 17.01.1881).
Wat opvalt, kasteleins zijn overal nauw betrokken bij zowel harddraverijen als hardrijderijen. Nog steeds worden deelnemers doorgaans aangeduid als mannen en vrouwen – niet als heren en dames.

 

De KNSB is opgericht in 1882, daarna worden veel ijsclubs een ijsvereniging, met een echte juridische structuur. Zoals ook op veel andere plaatsen, blijft de naam gehandhaafd: IJsclub Kuinre. In een annonce van een hardrijderij op 10 januari 1901 is nadrukkelijk sprake van Het Bestuur (Nieuw Advertentieblad 09.01.1901). Er moet al een bestuur zijn geweest vóór 1909, getuige het bericht hiernaast. Nieuwsblad van Friesland 20.11.1909

Blijkens het oudst bewaard gebleven Notulenboek uit 1913 zijn op 27 november van dat jaar herkozen als bestuursleden A. Kamman, H. Wiegmink en L. van der Veer (laatstgenoemde vanaf 13 oktober ook raadslid). Leden waren toen o.a. H. Dikken, J. van Ens, E. Hardenberg, W. Molenberg, J. Harder, L. Woudsma, H. ter Heide.

In Oldemarkt is de IJsclub een vereniging geworden najaar 1887. Stel dat dit ook voor Kuinre heeft gegolden, bijv. in 1887 of 1888, dan zou in 1913 de 'club' als vereniging al 25 jaar hebben bestaan! Echter, nergens in kranten een spoor van een jubileum in of rond dat jaar.

Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant 29.01.1862. Geen onbekende naam in Kuinre! Horlogesleutel als duur pronkstuk

 

Ciprianus Egbartus (“Cip”) van de Bult uit Kuinre noemt in zijn Dagboek bij 19 januari 1888 een Hardrijderij vanwege de lJsclub “Hulp der Behoeftigen”; en op 24 januari een vergadering van die lJsclub bij T. v.d. Lende te Slijkenburg (dit Dagboek verscheen verkort in afleveringen in De Silehammer). Bestond er dan ook een RK-lJsclub in Kuinre? Wie heeft daar informatie over?

Als er ijs ligt, zijn Nederlanders niet te houden – en dan het liefst tochten ‘over ver’, zoals dat heet. Overbekend is de foto met het autobusje van Jan Oord op het ijs van de Zuiderzee 1 maart 1929. Ook twaalf Wolvegaasters ondernamen toen een schaatstocht over zee vanuit Kuinre naar Urk.  

Onze felicitaties voor IJsclub Kuinre bij het honderdjarig bestaan – maar de club is stellig ouder!

Kuunders Kwartiertje december 2013

Restauratie van de ‘oude’ Sint-Nicolaaskerk
Nu dit beeldbepalende kerkgebouw uit 1869-1871 grotendeels in oude glorie wordt hersteld door Berend Compagner, richten wij de blik op de allervroegste geschiedenis van Kuinre en zijn kerk. In het Kuunders Kwartiertje en uitgebreider in De Silehammer later stellig meer!

Oudste bewoning nabij Kuinre
Opduikingen van dekzanden, die als kopjes of ruggen boven het later gevormde veen uitsteken, moeten ooit aantrekkelijke vestigingsplaatsen zijn geweest. Erve Sandhorst, in 1825 verdwenen, lag op de Zandkop in het Rondebroek even benoorden de Lageweg, tegenover de Sophiahoeve. In de omgeving zijn scherfjes keramiek gevonden uit vroeger tijden, al was er van bewoning daar nog geen sprake. Erve Prikkenoord, Lindedijk 4, ligt op een zeer oude huisterp in het Rondebroek.  De bewoning vond verspreid plaats, met lichte concentratie langs de Oude Kuinder en de Linde.

Veenontginningen in drie fasen
1000-1050: Horigen van de Utrechtse bisschop, die beschikte over het ius forestense (Foreest- of Bosrecht) in het Land van Vollenhove, moesten voor hem herendiensten verrichten.
1050-1075: Systematisch openleggen van de grote veenmosblokken direct achter de oeverzone. Ook de nieuwe ontginners moeten nog herendiensten leveren. Dat zal vóór 1100 zijn geweest, omdat vanaf die tijd alleen nog ‘vrije’ ontginningen werden opgezet. De bisschop verkreeg met zijn grafelijke rech­ten (Drenthe 1046) ook de territoriale beschikking over alle veenwildernis in de regio.
1075-1100: Openleggen van de overige veen­mosblokken ten tijde van bisschop Koenraad. Het Friese Zuidergo, waartoe Kuinre en Oosterzee behoorden, viel sinds 1077 onder diens grafelijke macht. De ontginningen werden uitgevoerd door vrije kolonisten onder acceptatie van ‘tijns, tiende en gerecht’ voor de landheer: betaling van grondbelasting en erkenning van zijn rechterlijke macht.                                                           

Kuinre vermeld in 1118 als Cunre en in 1132 als Kunre                           
Bisschop Godebald kreeg in 1118 door ruiling de beschikking over een huis (domus) met weidelanden en hoeven juxta Cunre, naast de Kuinder. Dat complex was eerder al bezit geweest van bisschop Koenraad († 1099). De Latijnse tekst meldt dat de weiden in de volkstaal swechus worden genoemd: zwaag, nog herkenbaar in veel plaatsnamen.
Grote vraag: is de rivier de Kuinder bedoeld, of toch reeds een nederzetting met die naam?
Stavoren was destijds het bestuurlijk centrum van de gouw Zuidergo en missiecentrum voor de wijde omgeving. Een lijst van 29 mei 1132 met 25 kerken die tot de Sint-Odulphusabdij behoorden, vermeldt naast Silehem ook Kunre. Een afschrift uit 1245 ook nog Fenehusum en Kunresijl.
Hoe dan ook, een kerk of kapel was er al bij of in Kuinre in 1132, als dochter van de Sint- Stephanuskerk van Silehem die gold als moederkerk, mater ecclesiae, van een viertal dochters.
Blijkens een akte van 11 mei 1549 was de kerk van Kuinre gewijd aan de H. Nicolaas (±280-342), evenals wel zestien andere kerken in de regio, zoals Scheerwolde, Oldemarkt, Blesdijke. Als patroon van onder meer (varende) kooplieden en beschermer tegen de gevaren van de zee en overstroming door rivieren, kwam zijn verering op na de overbrenging in 1087 van zijn gebeente van Myra (nu Turkije) naar Bari (Zuid-Italië). ’t Was eigenlijk roof door zeelui en omdat Bari later tot het koninkrijk Aragon in NO-Spanje heeft behoord, laten we Sinterklaas nu zelfs uit het gortdroge Madrid komen. Zijn sterfdag of feestdag - de overgang naar het eeuwig leven - is 6 december, al heeft deze dag terrein verloren aan de viering van 'heiligavond' op 5 december. Waar de eerste kerk van Kuinre heeft gestaan, is onzeker. In 1572 werd een schans opgeworpen om de kerk die door landafslag naar het noorden was opgeschoven. Die kerk is in 1672 door brand verwoest.
Tussen 1675 en 1681 is de huidige Protestantse kerk gebouwd. De Rooms-katholieken waren aangewezen op de schuilkerk op het Noordeinde, in 1825 door de watersnood vernield. Er volgde nieuwbouw in 1827, in de jaren 1869-1871 verbouwd en vergroot tot het huidige monument.

Kuunders Kwartiertje augustus 2013

Harmen VisserTeunis Schuurman uit Vollenhove heeft veel informatie verzameld over de Tweede Wereldoorlog. Uit het archief van de Venose predikant J.P. Honnef (1910-1985), in het verzet bekend als ‘Karel’, verkreeg hij onlangs unieke foto’s van de indrukwekkende uitvaart van Harmen Visser, die in het zicht van de Bevrijding nabij Kuinre is gesneuveld.

Foto uit archief ds. J.P. Honnef op www.teunispats.nl

Harmen Visser, geboren 1894 in Skarl bij Stavoren, raakte als opperwachtmeester der politie te Vollenhove betrokken bij het verzet. ‘Oom Willem’ werd lid van de knokploeg Vollenhove-Sint Jansklooster en plaatselijk commandant van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten. De Duitsers hadden op 14 april 1945 de bruggen naar de Kuinderpolder en bij Schoterzijl opgeblazen. Toen Kuinre was bevrijd door de Canadezen, bleken er nog Duitsers en Nederlandse SS’ers zich schuil te houden nabij Slijkenburg. In overleg met de Canadezen werd besloten daarheen op te rukken. Dat gebeurde maandagmorgen 16 april. Voorop reed een brengun carrier (licht pantser-voertuig), gevolgd door commandant Visser op een motor, nog een brengun carrier en een personenauto. Toen de colonne stopte, raakte Visser met zijn voorwiel het voorgaande voertuig. Hij kwam ten val, zocht dekking aan de oostzijde van de Statendijk (Zeedijk), maar klom even later tegen de dijk op. Toen hij zich over zijn motor boog, werd hij beschoten en dodelijk getroffen. De colonne vertrok onmiddellijk, te voorschijn gekomen SS’ers gaven opdracht het stoffelijk overschot te begraven in de berm langs de dijk. Een dag later is het lichaam van Visser overgebracht naar het baarhuisje te Kuinre. Onder grote belangstelling is Harmen Visser begraven op zaterdag 21 april te Vollenhove. Op 20 december 1945 is hij herbegraven in Oudemirdum. Op de plek waar Harmen Visser sneuvelde, is een wit houten kruis geplaatst, in april 1992 vervangen door een granieten kruis. Het monument is geadopteerd door de Wethouder A. Heidaschool te Munnekeburen. Op 17 april 1946, een jaar na de bevrijding van de Noordoostpolder, is in Emmeloord een boom geplant op een plein dat later de naam Harmen Visserplein kreeg. In 2005 kreeg het plein voor de Mariakerk in Vollenhove de naam Harmen Visserplein. Nog elk jaar vindt een herdenking plaats bij het gedenkteken aan de Zeedijk tussen Schoterzijl en Slijkenburg.

Bronnen:
www.teunispats.net www.henkvanheerde.nl www.canonvannoordoostpolder.nl www.stellingwerven.dds.nl [Trijntje van der Lende vertelt] W.H. de Vries, De regio tijdens de Tweede Wereldoorlog, Oosterwolde 1995, 243vv


Foto’s monument en tekst: redactieleden van De Silehammer Linda Polderman en Jo Steenstra.
Op www.teunispats.nl (Engelse tekst) foto’s van geallieerde vliegers en oorlogsgraven in Kuinre. Een selectie toont de HVIJ op de Open Monumentendag 14 september in de PKN kerk te Kuinre.

Kuunders Kwartiertje mei 2013

Al in de zeventiende eeuw was er sprake van geregelde overtochten, beurtdiensten, tussen verschillende steden aan de Zuiderzee. Deze binnenzee vormde een natuurlijke grens tussen Holland enerzijds en Friesland en de Kop van Overijssel anderzijds, maar was tevens ook een verbindende factor. Beurtschepen voeren af en aan, uit Kuinre, Blokzijl, zelfs Oldemarkt, maar ook uit Lemmer. Uit 1594 dateert een overeenkomst betreffende het veer op Enkhuizen, gesloten door het Kuinder schippersgilde ten overstaan van de schout en met akte van goedkeuring door de drost van Vollenhove (www.archieven.nl – 2 nr. 209 jaar 1594; nr. 198 periode 1633-1728). Er is in 1725 in Kuinre sprake van een nieuw veerschip op Amsterdam in een verklaring van Arnet Arnets Krul, dat hij alle schade, voortvloeiende uit de te grote hoogte van dit schip, voor zijn rekening zal nemen (idem, nr. 200). Te hoog voor bruggen wellicht. In 1744 is bij contract de ligplaats in Kuinre van het veerschip op Amsterdam geregeld (idem, 201).
Met de vrachtschepen was ook beperkt personenvervoer mogelijk. Overigens, passagegeld werd geheven van iedereen, zowel inwoners als vreemdelingen, die naar een andere provincie reisden. De route over de Zuiderzee leidde vanuit Lemmer, in tegenstelling tot andere Friese havens, vrijwel geheel over diep water. Veel ouderen in Kuinre en omgeving zullen zich nog herinneren dat men tot na de Tweede Wereldoorlog naar Amsterdam reisde met de ‘Lemmerboot’. Al rond 1830 werden zeilende beurtschepen Lemster beurtmannen - vervangen door stoomschepen en nog later door motorschepen. In 1870 richten de drie gebroeders Nieveen uit Groningen de Groningen-Lemmer Stoomboot Maatschappij (GLSM) op. Rond 1900 bestond de vloot van de GLSM uit vijf schepen voor de dienst over de Zuiderzee en vijf schepen voor de binnendienst naar Groningen en Winschoten. De schepen vervoerden voornamelijk vracht. De boeren maakten gebruik van de ver-binding naar Amsterdam om er hun vee op de markt te brengen. Door de week waren er zelfs twee afvaarten uit Lemmer en uit Amsterdam, om 12.00 uur en om 24.00 uur.
In 1928 werd het vlaggenschip van rederij GLSM gebouwd: de Jan Nieveen; in 1959 is het schip uit de vaart genomen, het doet nu dienst onder de naam F.P. von Knorring als restaurant in Finland. Nooit werd de bootdienst echter meer gewaardeerd dan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vooral in de beruchte winter van 1944-1945 namen talloze voedselhalers, onderduikers en hongerige stadskinderen de boot naar Fryslân in de hoop daar wat eten of een veilig onderdak te vinden. Het is daarom wrang dat juist in deze periode zich één van de grootste rampen uit de geschiedenis van de bootverbinding afspeelde. De Groningen IV is in de nacht van 8 op 9 januari 1945 gezonken na een aanvaring met het zusterschip Jan Nieveen. Conform de voorschriften van de Duitsers waren de schepen volledig verduisterd. Dertien opvarenden kwamen om, ze zaten in de kajuit in het voorschip; de toegangsdeur was door de aanvaring geblokkeerd.
Tussen 1925 en 1940 verdween de ene bootdienst na de andere. Daarom is het des te opvallender dat de Lemmerbootverbinding pas op 28 augustus 1959 werd gestaakt. Het was in de loop van de jaren vijftig allengs duidelijk geworden dat de snelheid van trein en auto het zou gaan winnen van het betrekkelijk gezapige tempo van "Jan Scheet", zoals de Lemmerboten genoemd werden in de volksmond.

Fries Scheepvaartmuseum, Kleinzand 16, Sneek: Tentoonstelling over de Lemmerboot met o.a. scheepsmodel van het veerschip Jan Nieveen; 15 december 2012 - 31 maart 2013. Voor velen uit de Kop – en niet alleen Kuundersen – nostalgie ten top!

Kuunders Kwartiertje februari 2013